Wedstrijd van de Jonge Denkers 2020

We roepen docenten op hun leerlingen uit te dagen tot het schrijven van een filosofische column (700 tot 1400 woorden) over het thema:

Hoe moeten we ons verhouden tot de natuur?

Iedere docent mag (maximaal drie) talentvolle leerlingen een column laten insturen, mits prikkelend en origineel, goed geschreven en toegankelijk voor een breed publiek. Omdat wij de manier van presenteren als één van de criteria meewegen, dienen de leerlingen ook een pitch toe te sturen waarin hij of zij de column in 1 minuut samenvat.

Een vakjury kiest de beste zeven columns en nodigt de schrijvers hiervan uit om deze voor te dragen op een avond die geheel gewijd zal zijn aan de Jonge Denkers, medio december in Amsterdam. Op die avond zullen de gekozen leerlingen hun columns voordragen en filosofische gesprekken voeren met elkaar. Na afloop worden de zeven leerlingen gehuldigd als de Jonge Denkers.

Je hebt tot zaterdag 7 november 2020 om een column in te sturen!

Carpe Diem en Wu wei als remedies in crisistijd

Eva Dekkers, juni 2020

Filosofie is in het normale leven al heel waardevol, maar zeker in deze moeilijke tijd: in tijden van crisis, heb je nog meer aan filosofie. Het is een verwarrende tijd waarin we alles wat voor ons normaal is, nu even niet meer doen: onze vrienden knuffelen, naar de bioscoop gaan, feestjes vieren en op bezoek gaan bij opa en oma. Ook voor jongeren is de impact van het coronavirus groot: de scholen zijn gesloten, bijbaantjes gaan niet door en jongeren missen hun sociale contacten. Filosofen zoals Sartre en de stoïcijnen geven tips hoe je het beste om kunt gaan met een stressvolle crisis.

Carpe Diem

Wie je bent, wordt niet bepaald door je omstandigheden, maar door hoe je er mee omgaat. Een stoïcijn zou zeggen dat het niet zo erg is dat wij nu in quarantaine zitten, maar doordat wij dat binnen zitten als iets slechts en vervelends beschouwen, gaan we ons eraan ergeren en dat verstoort onze innerlijke rust. Doordat onze innerlijke rust verstoord is, zijn we minder in staat om goed te leven, waar het juist om draait bij de stoïcijnen.

De stoïcijnen moedigen ons daarom aan om te vergeten wat je eigenlijk liever had willen doen dan in quarantaine zitten en je aandacht te richten op wat nog wel mogelijk is. Veel dingen kunnen namelijk nog wel. In de tijd dat je loopt te balen over alles wat je niet meer kunt doen, zoals dat festival dat volgende maand niet door kan gaan, kun je beter een vriend Skypen die het moeilijk heeft. “In plaats van te hamsteren, kun je beter je oma bellen.”

Een les van de stoïcijnen is dus dat als je niets aan de situatie zelf kunt veranderen, je je dan beter kunt focussen op de dingen die nog wel kunnen. Dus probeer er ondanks de beperkingen die er zijn het beste van te maken: pluk de dag!

Wees geen control freak

“Als er iets angstigs gebeurt, is je natuurlijke reactie om jezelf te beschermen door op je hoede te zijn en van het slechte uit te gaan” zegt gedragswetenschapper Jan-Willem van Prooijen van de Vrije Universiteit in Amsterdam.  “Mensen hebben de neiging andere groepen te wantrouwen en hen de schuld te geven.” Ook bij het ontstaan van het Coronavirus zijn er complotdenkers. Zo zou het Coronavirus een ontsnapt biologisch wapen zijn, zou 5G in verband staan met het coronavirus en zou Bill Gates de bedenker van het virus zijn. Een complottheorie ontstaat uit onzekerheid, bijvoorbeeld omdat bepaalde vragen onbeantwoord blijven. Het gevoel van controle verliezen speelt daarbij een belangrijke rol.

Hier zou de Chinese filosofie goed van pas kunnen komen. “Wu wei” is een kernprincipe in het taoïsme. Het helpt je de keuze te maken wanneer actief op te treden en wanneer niet te handelen. “Wu wei” streeft naar een harmonieus evenwicht met je zelf en de omgeving. Met andere woorden: loslaten is de weg naar een fijner leven. De (des)informatie over het Coronavirus die je constant maar blijft overspoelen moet je loslaten: wees geen control freak. Dat geeft innerlijke rust.

Wees vrij, maar houd rekening met anderen

Sartre was één van de belangrijkste aanhangers van het existentialisme: de existentie van de mens (zijn bestaan) gaat vooraf aan de essentie van de mens (zijn wezen). Die essentie ontstaat door de keuzes die je maakt. Sartre zegt dat vrijheid geen éénrichtingsverkeer is: niet alleen jij hebt voorrang. Mensen moeten rekening met elkaar houden en niet alleen maar doen waar ze zelf zin in hebben. Dat laatste noemt Sartre de “kwade trouw”. Volgens Sartre zal vrijheid nooit gemakkelijk zijn en moet iedereen verantwoordelijkheid nemen voor zijn eigen leven.

Vrijheid is bij Sartre dus verbonden aan verantwoordelijkheid. Ook vandaag, ten tijde van de Coronacrisis, zijn we samen verantwoordelijk voor onze vrijheid. Als iedereen zich aan de adviezen houdt die ons worden opgelegd, zijn we sneller terug bij onze vrijheid: ons normale leven. We moeten samenwerken en niet alleen aan ons zelf denken: dus geen “Schijt aan Corona-feestjes” houden in deze periode.

Time to think

Als laatste zou ik nog een paar filosofische regels willen citeren uit het gedicht “A beautiful tribute to mother Earth” van Jacinda Ardern, de premier van Nieuw-Zeeland. Zij schreef dit gedicht nadat zij de totale lock-down van haar land bekend had gemaakt. Het gedicht in korte tijd viraal over het Internet. Ik hoop dat dit inspiratie biedt aan eenieder om deze crisistijd door te komen.

Time to return

Time to remember

Time to listen and forgive

Time to withhold judgment

Time to cry

Time to think

About others

Geen Corona zonder filosofie

Gregor Hofstede, juni 2020

Corona verandert een hoop in ons leven. Dingen die we voorheen vanzelfsprekend waren, zijn dat ineens niet meer. Onze dagelijkse activiteiten gaan niet meer door en we zitten bijna alleen maar thuis. Alle sectoren zijn er mee bezig, de ICT met een Corona-app, de zorg met alle huidige patiënten en het bedrijfsleven met overleven. Dan borrelt al snel de vraag op hoe de filosofie steun kan bieden tijdens deze crisistijden.

Filosofie gaat vooral over het analyseren van problemen, onderliggende waarden en hindernissen aankaarten en daar weer met een zo goed mogelijk antwoord op komen. Tijdens de Corona crisis zijn er genoeg problemen om te analyseren en ieder is van groot belang.

Corona economie

Als eerste is er het probleem van schaarste. Dit kennen we al uit de economie, waar vraag en aanbod bepaalde hoe de goederen worden gedistribueerd, maar we zitten nu in een nieuwe situatie. Neem als voorbeeld hierbij de plekken op de Intensive Care of de beschikbare mondkapjes. Voorheen hadden we geen schaarste op de IC en lieten we de mondkapjes over aan marktwerking. In deze crisis krijgen echter beide ook een ethische lading. We moeten de mondkapjes gaan verdelen en hoe gaan we dat doen? Geven we het aan de mensen die er het meeste voor betalen, zoals voorheen, of geven we het aan de vitale sectoren? Als we het dan primair aan de vitale sectoren geven, wat zien wij dan als vitaal en wat niet. Is een kleine ondernemer wiens inkomen afhankelijk is van zijn zaak minder vitaal dan een groot orthodontisten bedrijf. Zijn mantelzorgers even belangrijk als bepaalde sectoren van de zorg. Ditzelfde geldt ook voor de plekken op de IC. Geven we deze plekken aan de mensen die ze het hardst nodig hebben, die er het eerst aanwezig zijn, of degene met meer toekomstperspectief. Dit klinkt allemaal heel duister en niemand wilt het er liever niet over hebben, maar het zijn keuzes die gemaakt moeten worden. Op het moment van schrijven is de uitstroom groter dan het aantal opnames, maar toch is het belangrijk om duidelijke keuzes te maken. Dit zijn allemaal ethisch beladen keuzes en waar deze keuzes gemaakt worden is de filosofie van cruciaal belang om de ‘beste’ keuze te maken. 

Ook zien we een probleem ontstaan bij de, al dan niet kleine, bedrijven. De omzet daalt enorm bij het grootste gedeelte, restaurants moeten sluiten en alle evenementen zijn gecanceld. Voor veel mensen betekent dit geen inkomsten en er wordt verwacht dat deze mensen gecompenseerd moeten worden. De vragen die dan opkomen gaan over, hoeveel moet er gecompenseerd worden, wie moet er gecompenseerd worden, moeten er voorwaarden aan zitten en nog vele andere. Zo is het bedrijf Flybe onlangs failliet gegaan, mede dankzij de Corona crisis. Toch waren er meer oorzaken. Flybe zat al langer in de problemen en daar kwam Corona nog eens bovenop. Flybe heeft na onderhandelingen met de Britse overheid geen financiële steun gekregen, omdat het gemismanaged werd en financieel al problemen had. Moeten wij bij compensaties van bedrijven ook de geschiedenis meenemen, of verdienen ze deze onvoorwaardelijk? Ook hier gaat het weer om ethische keuzes en mag de invloed van de filosofie niet ontbreken.

Volksvertegenwoordiging

Tijdens de Corona crisis zijn er een hoop beslissingen genomen in zeer korte tijd. De regering neemt beslissingen, zoals de intelligente lockdown, die ons allemaal aangaan en het zou raar zijn als we daar niks over konden zeggen. We hebben in Nederland een indirecte democratie waar we kiezen op volksvertegenwoordigers wiens ideeën het meest overeenkomen met die van ons, of welke reden je er voor kan hebben. Nu vertegenwoordigen deze volksvertegenwoordigers ons als het gaat over die besluiten zoals die intelligente lockdown, maar ik vraag me af hoe goed deze hun stemmers vertegenwoordigen. Niemand had bij het stemmen kunnen voorspellen dat we in deze situatie zouden komen en heeft dus niet met de standpunten over de Corona crisis rekening gehouden. Die waren er simpelweg niet eens. Is het dan niet veel beter in tijdens als deze dat we referenda houden over de besluiten. Zo wordt de mening van het volk goed weergeven en wordt iedereen vertegenwoordigd. Er zijn groepen mensen die protesteren tegen de lockdown, maar ik hoor geen enkele partij deze groep vertegenwoordigen. Hoezeer ik ook ben vóór een lockdown, we moeten ook deze mensen in de politiek vertegenwoordigen. Zou het toestaan van een protest voldoen aan deze politieke vertegenwoordiging en invloed of moet er meer komen? Dit zijn weer vragen over de ideale inrichting van de staat, nu tijdens Corona, en de politieke filosofie zou dan niet mogen ontbreken in dit debat. 

Ook zijn er hele tegengestelde belangen in deze crisis. Het overgrote deel van de ernstig zieke Corona patiënten zijn de oudere of zwakkere. Bij het afbouwen van de lockdown komen deze tegengestelde belangen naar voren. Dit is allemaal erg gegeneraliseerd, maar over het algemeen hebben de jongeren er baat bij dat Nederland weer open gaat. Jongeren sporten vaker dan ouderen, jongeren gaan vaker het nachtleven in en jongeren gaan naar school. De ouderen hebben er dan weer baat bij dat de lockdown langzaam wordt afgebouwd, zodat hun risico wordt geminimaliseerd. Welke van deze belangen vinden we dan het belangrijkst. Het idee kan ontstaan dat je moet kiezen, maar dat zou een vals dilemma zijn. We moeten gaan afwegen welke we belangrijker vinden, in plaats van het enige belangrijke. We moeten kijken hoe we een middenweg kunnen vinden. In de bepaling van welke belangen we belangrijker vinden kan de filosofie weer een rol spelen. Hier ook komen ethische afwegingen die moeten worden afgewogen. 

Zelf Stress

Dan zijn er nog de mensen die thuis zitten, zich zorgen maken over wat er gaat komen, of ze na dat kuchje al naar de dokter moeten en of ze zo meteen nog wel een baan hebben. Veel van deze dingen liggen buiten onze macht. We kunnen niet veel meer doen dan thuis blijven, contact beperken en onze handen wassen. Toch maken veel mensen zich zorgen om de crisis en de toekomst. Deze gedwongen isolatie zorgt ervoor dat we steeds meer gaan denken, over de toekomst, het verleden en daar komt dus ook jezelf bij. We gaan steeds meer reflecteren op ons leven voor Corona en daar komen ook onze eigen fouten bij. De toenemende reflectie op jezelf kan tot stress leiden. Zelf denk ik nu steeds vaker aan de dingen die ik vroeger een keertje fout heb gedaan, die ik niet heb gehaald en waar ik tekort ben gekomen. Dit zat al wel in mij, maar Corona lijkt hier een versterkend effect op te hebben. We maken ons steeds meer zorgen over de toekomst, qua gezondheid, maar ook financieel. Beide kan leiden tot een toename van stress en ook hier kan filosofie van pas komen. Zoals de Stoa bij de oude Grieken al zei, maak je niet druk om de dingen die buiten je macht liggen. We moeten er nu bij neerleggen dat we bijna niks kunnen doen voor Corona, behalve thuis zitten en niks doen. We kunnen restaurants helpen door af te halen, maar we kunnen niet de maatschappij direct massaal veranderen. We kunnen dus veel belangrijks leren van de Stoa, bezinning van het onvermijdelijke, acceptatie van wat er gebeurd is en ons bezighouden met wat wij zelf kunnen doen. 

Leven na Corona

Het leven na de Corona zal ook een nieuwe invulling moeten krijgen. Sommige problemen lijken op te lossen als de mens even stil staat, zoals klimaat. Al vrij snel na het wereldwijd uitbreken van de Corona crisis kwamen er berichten over het heldere water in Venetië. Dit is natuurlijk ontzettend mooi, maar betekenisloos als we deze ontwikkeling niet doorzetten. Om dit door te zetten is er een fundamentele herziening nodig van hoe wij de wereld zien. Voor de Corona crisis zagen wij onszelf vaak als ‘heersers’ van de wereld. Niets dan empathie of sentiment voor de dieren of eigenbelang weerhield ons ervan de wereld te transformeren. De meeste redeneringen om het klimaat niet te vervuilen zijn gebaseerd op het welzijn van (bedreigde) dieren of ons toekomstperspectief. We willen telkens alles weer beheersen van de wereld.

Om echt fundamenteel het denken te veranderen over waardoor deze problemen zijn ontstaan moeten we het idee van een subject-object relatie aankaarten. Het idee is dat de mens het subject is en de wereld het object. De wetenschap zit er vol mee. In natuurkunde is de mens het subject en zijn de röntgen golven het object. We denken in deze termen, maar hebben nooit echt naar dit subject-object schema geleefd. Als ik een boek lees verhoud ik mij niet als subject tot die inktvlekken op papier. Mijn gedachten worden één met wat er in het boek staat. Ik weet wel dat het maar inktvlekken zijn, maar toch brengen die mooie woorden mij in beroering.

De mens moet zichzelf niet meer als heerser zien van deze planeet, maar moet zich zien als onderdaan in het koninkrijk aarde. We worden zo onderdeel van de gehele wereld en zoeken daarin onze eigen plek. Dit is de zogenoemde gelatenheid, waarin we ons afstemmen op de processen in de wereld, in plaats van deze te beheersen. Dit lijkt snel fatalistisch te worden, de wereld heeft nou eenmaal bepaald dat er een Corona crisis is, dus we moeten het niet beheersen. Dit hoeft niet zo te worden. We mogen, moeten bijna, nog steeds handelen naar wat er in de wereld gebeurt, maar het motief moet niet hoofdzakelijk en alleen beheersing zijn.

Advies van het RIVM of van de Stoa?

Paul Zevenbergen, mei 2020

Het hele leven kwam tot stilstand op 23 maart. Nederland ging in een ‘intelligente lockdown’, zoals premier Mark Rutte het verwoordde. Geen kapper bezoek meer, restaurants werden gesloten, en evenementen werden afgelast. Het waren en zijn warrige tijden. Veel mensen staan nu machteloos. Hoe moet je omgaan met een pandemie? Het is een vraag die lastig blijft.

Politici leken aan het begin van de uitbraak weinig idee te hebben hoe ze moesten om gaan met deze crisis. Voormalig minister Bruins zei op 24 januari tijdens een zitting dat Nederland goed voorbereid was op een uitbraak van SARS-Cov-2. President Trump wisselt ook nog van gedachtes. Is het virus nou wel of niet echt? Moeten de VS wel of niet op lockdown? Maar gelukkig hebben de politici nog adviseurs. Rutte praat wekelijks met het OMT en het RIVM over de stand van zaken. Hoe zit het met de gewone mensen, zij die niet een land hoeven te besturen? Wat moet je doen als je niet meer kan werken? Wat te doen wanneer een familielid COVID-19 heeft? Om die vraag te kunnen beantwoorden is een tijdreis nodig – een reisje van zo’n 2000 jaar. Terug naar de Stoa
                De stroming ontstond in het oude Griekenland en werd erg populair tijdens het Romeinse keizerrijk. Bekende Romeinen zoals Marcus Aurelius en Seneca hebben grote bijdragen geleverd aan het stoïcijnse gedachtegoed. Bij de term Stoa of stoïcijns zullen veel mensen al snel denken aan norse en apathische mensen. Die mensen met duizenden overpijzingen die geen genot toe laten in hun leven, zoals Erasmus de stoïcijnen beschreef in de Lof der Zotheid. Dit echter, doet de filosofische stroming geen recht.
                De kern van de Stoa draait om het onderscheid tussen wat wel en niet in jouw macht ligt. Zo zijn er zaken waarop men geen invloed heeft. Een voorbeeld van zo’n zaak is de coronacrisis. Het virus is al een tijd in Nederland. Wij kunnen niks doen tegen beslissingen van Trump of de klant in de winkel die geen 1,5 meter afstand houdt. Maar tegelijkertijd zal racisme tegenover Chinezen er niet voor zorgen dat het virus weggaat; zal zendmasten in brand steken er niet voor zorgen dat het virus weggaat; en zullen massaal toiletpapier inkopen of zeuren omdat je nu een karretje mee moet nemen de winkel in er niet voor zorgen dat het virus weggaat. Deze dingen leiden je alleen maar af van wat je wel kan doen.
                Waar men wel controle over heeft zijn hun acties en gedachtes. Iets dat goed past in deze crisis. In deze tijd is het belangrijk om rationeel te blijven kijken. Dit is iets dat het RIVM ook al adviseert. Het is belangrijk om kalm te blijven en te handelen in overstemming met logica en niet gevoelens. Vaak en lang je handen wassen, thuisblijven bij gezondheidsklachten en sociaal boodschappen doen. “We hebben alleen invloed over onze eigen acties; we kunnen niet beïnvloeden hoe anderen zich gedragen.” Een andere tip die de stoïcijnen zullen geven in deze warrige tijd is om een gemeenschapswezen te zijn. Meedoen aan een buurtinitiatief om toch Koningsdag te vieren of om te checken bij de buren of alles goed gaat. Hier hebben we controle over. “We zijn geboren om samen te werken, zoals handen, ogen en voeten.”
                Voor de Stoa zijn ook de deugden van wijsheid, moed, discipline en rechtvaardigheid erg belangrijk. Deze deugden vormen volgens hen de basis van een goed leven. Ook in deze warrige crisis kunnen deze deugden een goede basis vormen. Wijsheid om te weten waar je wel en niet invloed over hebt. Moed om anderen te helpen en duidelijk de 1,5 meter grens bij anderen aan te geven. Discipline om toch weer elke ochtend klaar te zitten voor die Zoom meeting en rechtvaardigheid door ook je medemens eerlijk en juist te behandelen. Kortom, volgens de stoïcijnen moeten we niet in paniek raken. En laat dat dan ook zijn wat de experts van het RIVM ons aanraden. Realiseer wat je kan doen, accepteer wat je niet kan doen. Probeer samen te werken. Alleen samen krijgen we corona onder controle.

Online school en meer corona gruwelen

door Marah van Andel, 15 mei 2020

‘Wat een gekke tijd is dit toch, vind je niet?’

‘Vermaak je je nog een beetje in quarantaine? Hoe doen jullie dat nu met school?’

’S ochtends sta ik om zeven uur op, als een normale schoolweek. Ik ga drie kwartier rennen, om toe te komen aan mijn beweging. Ik kom thuis, ga douchen en ontbijten. Dan ga ik naar school. Ik neem mijn ontbijt mee, als ik nog maar weinig tijd heb. Ik loop naar boven, de trap op. Mijn kamer in. Ik ga op het enige punt in mijn kamer zitten waar ik wifi heb, en zet mijn laptop aan. “Goedemorgen, iedereen!” De les begint.

Hoe wij dat nu met school doen, is online. Vijf of zes uur lang, bijna iedere dag. Achter een beeldscherm, alleen. Dat vergt zijn tol. Technologie wordt steeds meer gebruikt, en nu tijdens Corona is het uiteraard een magnifieke uitkomst wat betreft het bijhouden van school. Je ziet je leraren op een dagelijkse basis door een cameraatje heen, maar het enige dat je doet is luisteren en kijken. Luisteren, aantekeningen maken en kijken. Ik vraag mij dan ook elke dag opnieuw af: Is dit allemaal wel zo goed? We kunnen niet echt anders, maar kunnen we echt niet anders? Wat voor effect heeft deze situatie op ons? Waar stevent de mensheid op af als we gewend raken aan deze manier van leven?

Waar ik eerst ronddartelde door de schoolgangen, toekwam aan mijn dagelijkse portie slechte grappen en knuffels, heb ik nu niks. Aan de ene kant is dit online lessen natuurlijk een fantastische uitkomst, maar we raken afgestompt. We hebben als mensen- en vooral als pubers- meer nodig dan alleen maar een scherm. Is dit dan de toekomst waar we naar we naar op weg zijn? Ik ben vaak bang dat wij -de tieners van nu en de volwassenen van morgen-  zullen moeten gaan leven in een wereld waar alles via technologie gecommuniceerd en gebruikt gaat worden. Dat dat normaal gaat worden. Want we horen wel constant de leus: We moeten niet terug naar normaal, normaal was juist het probleem. Maar wat is dan dat nieuwe normaal? Is het nieuwe normaal een maatschappij waarin we niet meer weten hoe we gezellig doen met vrienden? Een maatschappij met vierkante ogen? Straks worden al die sciencefiction films en boeken waarheid, en worden we lege mensen. En dat is dan onze toekomst. Na een hele dag online school kan ik niet meer denken. Ik word vaag, langzaam. Ik zie niet meer scherp en ik voel weinig. Dit afgestompte gevoel komt voort uit de non-stimulatie die ik haal uit de hele dag achter een apparaat te zitten. Alles voelt zwaar. Vermoeid.

Het ergste vind ik dat ik hierdoor de mooie dingen in het leven niet meer kan zien. Ook dat zien we ironisch genoeg vaak terugkomen in de media. Zie de kleine dingen in het leven, trek je los van je scherm. De lente is aan me voorbij gegaan, omdat ik zo ontzettend moe ben de hele tijd. Mijn prioriteiten gaan omlaag, wanneer ik een uurtje wandel ben ik al trots op mezelf. Ik heb tenminste bewogen! Maar lichamelijke behoeften bevredigen is niet genoeg. We zijn mensen, we hebben creativiteit en mooie dingen nodig.

Dus wat blijft er dan over, wanneer ik zeg dat ik geen online lessen meer wil volgen? Wanneer ik zeg dat ik weiger om mijn leven lang achter een scherm gekluisterd te zitten? Hoe het dan wel zou moeten weet ik eerlijk gezegd ook niet. Ik weet alleen dat ik hoop dat deze manier van leven echt alleen zo blijft tijdens de coronacrisis.

Het is een rare tijd. Ook voor ons.

De nieuwe Jonge Denkers over de waarde van waarheid

Wat is waarheid nog waard? Wat betekent het als relativisme zijn intrede doet in maatschappelijke debatten? Kunnen we nog waarde hechten aan de wetenschap in een tijdperk van post-truth?

De zeven nieuwe Jonge Denkers des Vaderlands trachtten dinsdagavond 3 december tijdens hun huldiging antwoord te geven op deze filosofische vragen. De artikelen waarmee ze de wedstrijd wonnen droegen ze voor in de Rode Hoed. Dit zijn de zeven winnaars: Marah van Andel (OSG West-Friesland, Hoorn), Paul Zevenbergen (Emmauscollege, Rotterdam), Jan Peter van Irsel (Augustinianum Eindhoven), Joep Huisman (Stedelijk Gymnasium Nijmegen), , Gregor Hofstede (Gymnasium Novum, Voorburg) Eva Dekkers (Gemeentelijk Gymnasium Hilversum), Ruben van der Marel (Gymnasium Haganum). (v.l.n.r.)

Ze zijn geselecteerd uit een grote reeks inzendingen door filosofieleerlingen (VO) uit heel Nederland. De vakjury, bestaande uit Anna Krans (Lemniscaat), Florian Jacobs (ISVW), Harm Tiggelaar (VFVO), Lianne Tijhaar (Stichting Maand van de Filosofie), beoordeelde dit jaar zowel artikelen als pitches over het thema ‘wat is waarheid (nog) waard?’.

Een waardevolle discussie

Als symbolisch moment opende de avond in de Rode Hoed met een woordje van Denker des Vaderlands Daan Roovers. Alsof het haar kroost is, spoorde ze de nieuwe Denkers aan zoveel mogelijk van zich te laten horen en zien, al dan niet met haar.

Voordat de Jonge Denkers officieel gehuldigd werden, voelden de juryleden ze nog kritisch aan de tand. Is er überhaupt een zinnige discussie mogelijk als we geen gedeeld begrip van waarheid hebben? De definities van waarheid vlogen om de oren: correspondentie, coherentie, pragmatisme. Dat laatste lijkt tegenwoordig gezaghebbend, maar ook gevaarlijk. In het klimaatdebat wordt vaak meer waarde gehecht aan wat iemand overtuigt dan of de uitspraak wetenschappelijk is. Moeten we klimaatsceptici negeren als hun uitspraken niet op wetenschappelijk onderzoek zijn gebaseerd? De Jonge Denkers wisten deze vraag niet eenduidig te beantwoorden. Hun denken zal zich voortzetten.

Jurylid Lianne Tijhaar ondervraagt Jonge Denker Ruben

De zeven Jonge Denkers zullen aankomend jaar volop deelnemen aan het filosofisch en maatschappelijk debat. U kunt publicaties – waaronder in iFilosofie van ISVW – verwachten, als ook optredens op filosofische festivals. Heeft u hiervoor suggesties, of wilt u een Jonge Denker interviewen? Mail dan naar info@dejongedenkers.org.

Wedstrijd 2019 over Waarheid

De community van Jonge Denkers breidt zich alsmaar uit. Daag je leerlingen uit tot het schrijven van een filosofisch artikel over het volgende thema.

Wat is waarheid waard?

‘Waarheid’ is een belangwekkend begrip in de geschiedenis van de filosofie. Wat is de waarheid tegenwoordig waard? Wat betekent het als relativisme haar intrede doet in maatschappelijke debatten? Komt de waarheid dan in het gedrang of is zij daarbij gebaat? En welke rol spelen de voortschrijdende technologische ontwikkelingen in de betekenis van en wisselwerking tussen waarheid en illusie?

Stuur je filosofisch artikel (700 – 1400 woorden) met pitch van 1 minuut uiterlijk 31 oktober 2019 naar info@dejongedenkers.org! Word je uitgekozen door de vakjury? Dan word je dinsdag 3 december in de Rode Hoed gehuldigd tot Jonge Denker des Vaderlands.

Gekken wijzen ons de weg

Auteur: Jonge Denker Puck de Beer

Mensen die we niet snappen, die anders leven of redeneren, noemen we al snel gek of waanzinnig. Maar we moeten hun originele kijk op zaken juist koesteren. Waanzinnigen durven over grenzen te stappen, die wij niet over durven.

Meer dan vierhonderd jaar geleden publiceerde Galileo Galilei een schokkend inzicht: niet de aarde is het middelpunt van het heelal, maar de zon. Een enkeling keek vol ontzag tegen hem op, maar de meeste mensen veroordeelden Galilei voor ketterij. Ongehuwd samenwonend, ingaand tegen de opvattingen van zijn tijd en altijd onderzoekend: Galileo was een man met vele kanten. Hij was belangrijk voor de wetenschap en onze huidige kijk op de wereld. In zijn tijd werd hij echter voor gek verklaard. Galileo Galilei was in de zeventiende eeuw het schoolvoorbeeld van een waanzinnige.

Het woord ‘waanzin’ heeft altijd al een nare nasmaak gehad. Wanhopig zoeken we naar de beste manier om iedereen toch maar te accepteren en de waanzinnige mens zich normaal te laten voelen. Artikelen, onderzoeken, festivals; niks mag ontbreken. Waanzin moet het nieuwe normaal worden. Zolang we echter de waanzin behandelen als iets waarmee we wat moeten doen, waar we voor moeten oppassen of wat we moeten nastreven, laten we de waanzin niet gewoon waanzin zijn. Terwijl juist in die natuurlijke waanzin zo’n grote kracht ligt.

Maar laten we eerst vaststellen wat waanzin en niet-waanzin (ofwel normaal) eigenlijk is. De betekenis van deze begrippen is sterk tijdgebonden en daardoor lastig te beschrijven. Waanzin is datgene wat de maatschappij betitelt als ‘waanzin’. En voor ‘normaal’ werkt dat net zo. Waanzin en normaal worden gedefinieerd door de manier waarop wij ernaar kijken en de manier waarop wij die woorden gebruiken. In andere, hopelijk beter te begrijpen, termen: waanzinnigen zijn de mensen die buiten de boot vallen, de mensen die ons tegen de haren instrijken en de mensen die altijd met de ideeën komen waar we eerst een goed poosje aan moeten wennen. Normale mensen zijn mensen die we sneller snappen, de mensen met wie we altijd kunnen praten zonder dramatische miscommunicatie en de mensen die ons in enige mate logisch lijken.

We hebben ze allemaal nodig, de waanzinnige én de normale mensen, in alle gradaties, om als maatschappij goed te kunnen functioneren. Zo niet, dan had één van de groepen nu niet bestaan.

Hoewel we waanzin vaak zien als iets wat niet goed is, zit er een grote kracht in waanzin. Deze kracht is de andere blik op het leven, de manier waarop het de status quo in twijfel trekt. Het is een kracht dat de waanzinnige mens op een andere manier een stap in het denken en in de praktijk durft te zetten. De kracht van de waanzinnige mens is dat hij niet binnen de maatschappij past en zo de maatschappij relatief objectief kan bekijken en bekritiseren.

Galileo Galilei was zo’n waanzinnig mens, zo’n buitenbeentje. Hij leefde absoluut niet volgens de status quo en deed de grootste revolutionaire ontdekkingen. Hij had ideeën waarvoor hij met de nek werd aangekeken, maar bleef toch meer en meer publiceren. Galilei heeft in zijn waanzin de wereld verandert en dat ten goede.

Waanzinnigheid heeft op die manier een enorme kracht om de wereld te veranderen en te verbeteren. Maar de normale mensen zijn effectief bezig om de waanzinnige mensen de wereld uit te helpen. Iedereen moet er immers bij horen, iedereen moet erbij passen en het is natuurlijk absoluut niet oké als er mensen buiten de boot vallen. Door die gelijkheid af te dwingen, ontzeggen we de waanzinnige mens de kans om vanuit zijn unieke plaats de wereld te waarderen en te veranderen. Zonder de unieke plaats waar ze horen, kunnen waanzinnigen niet laten zien hoe uniek hun denken en doen eigenlijk is. Zonder die unieke plek zal de waanzinnige zich alleen maar misplaatst voelen op zijn plekje binnen de boot.

Dat de waanzinnige mens niet gelijk is aan degenen die we tot de normale mensen rekenen, betekent natuurlijk niet dat de waanzinnige mens beter of slechter behandeld moet worden. Iedereen verdient een eerlijke, rechtvaardige en respectvolle behandeling. Eenieder is dan ook gelijkwaardig. In de praktijk betekent dit dat het ongelijk-zijn van de waanzinnige en de normale mens niet moet leiden tot het kielhalen van de een, of in het geval van Galileo: het opleggen van een jarenlang huisarrest. Onze maatschappij heeft zich gelukkig ontwikkeld sinds de zeventiende eeuw en we kunnen, of zouden dit moeten kunnen, elkaar ondanks verschillen met respect, liefde en begrip behandelen. Zelfs als we het absoluut niet met elkaar eens zijn. Tegelijkertijd moeten we ook genoeg begrip leren opbrengen voor de waanzinnige mens, en de waanzinnige mens voor de normale mens, om de ander net zo waanzinnig of normaal te laten zijn als hij is.

Gelukkig kunnen we de groei die we als maatschappij hebben doorgemaakt in dit terrein al zien. Zo was Steve Jobs een echt waanzinnig mens en een revolutionair, net zoals Galileo Galilei dat ook ooit is geweest. Jobs leefde zoals hij wilde, maakte zijn middelbare school niet af, zette een bedrijf op dat enorme successen behaalde en bleef enorm betrokken bij alle besluiten die er gemaakt moesten worden. Steve Jobs was zoals hij was, liet zich niet veranderen en had met zijn ideeën een enorme impact op de wereld. Anders dan Galileo accepteerde de maatschappij Jobs volledig, zonder hem ook maar een seconde te willen veranderen. Daardoor kon Steve Jobs een waanzinnig mens blijven en een daardoor succesvol.

Enkele van de meest impactvolle mensen in de geschiedenis van de wereld waren mensen die buiten de boot vielen en als waanzinnig werden betiteld. Toch hield dat hen niet tegen om de maatschappij te vormen met hun ontdekkingen. Steve Jobs deed de inmiddels beroemde uitspraak bijna twintig jaar geleden: ‘The people who are crazy enough to think they can change the world, are the ones who do.’ Gewoon omdat de waanzinnige mens over de normen en gewoonten heen kan stappen en zich in de nieuwe mogelijkheden stort. Losgelaten waanzin zou nog wel eens de grootste kracht van de mensheid kunnen zijn.

Dit artikel is gepubliceerd op Filosofie.nl, Filosofie Magazine, en is geschreven naar aanloop van het Waanzin Festival 2019.

https://www.filosofie.nl/nl/artikel/51301/jonge-denkers-gekken-wijzen-ons-de-weg.html

Bedenk je eigen ‘normaal’, maar respecteer altijd de ander

Auteur: Jonge Denker Faye Driebergen

Wat normaal is, bepaal jij zelf. Tegelijk zijn er groepen die claimen te weten wat normaal is en anderen daarvan proberen te overtuigen. Voor sommige mensen werkt dat, voor meer eigenzinnige types meestal niet.

Normaal is een begrip. Normaal heeft dus ook een definitie. In het woordenboek staat: ‘Zoals het vaakst voorkomt, zoals de meeste mensen het doen’. Normaal betekent dus: dat wat gewoon ís. Het betekent niet: dat wat wij gewoon vínden.

Toch zal ik eens even zeggen wat ik normaal vínd. Ik zie normaal als een lijn. Het is een lijn waarlangs wij bewegen. Soms lopen wij er heel dicht langs of er zelfs op; soms bewegen wij er ook ver vandaan. Als je dicht langs de lijn loopt, ben je zogezegd normaal; loop je er verder vandaan dan ben je raar of gek.

Maar vergis je niet, deze lijn is niet een vastgelegde lijn. Want wij leggen deze lijn voor onszelf, wij bepalen voor onszelf wat normaal is. Maar naarmate we ouder worden en nieuwe dingen meemaken verschuift deze lijn. Continu worden nieuwe dingen als normaal gezien en voormalig normale dingen als raar of gek. Onze lijn voor normaal verschuift dus door elke ervaring die wij meemaken.

Maar wij leggen niet alleen zelf een lijn voor wat normaal is. Ook groepen mensen en sociale bewegingen leggen een lijn voor wat normaal zou zijn. Ze proberen ons te vertellen of zelfs te overtuigen hoe normaal er uit ziet. Dit kan overeenstemmen met onze lijn en kan ons veel rust bieden. Maar het kan ook loodrecht op onze lijn staan en ons volledig in verwarring brengen. Dergelijke lijnen van grote groepen kunnen mensen helpen, die door alle informatie niet weer weten wat raar is. Het brengt harmonie in een wirwar van lijnen die dwars door elkaar lopen.

Maar zoveel rust als dit sommigen brengt, zoveel onrust kan de groepslijn ook opleveren bij mensen die niet in de categorie normaal passen. In de grote groep raak je eigenlijk alle mooie individuele, afwijkende visies kwijt. De buitenbeentjes vallen buiten de boot.

Maar waarom moeten we eigenlijk met zijn allen binnen een groep bepalen wat normaal is? Natuurlijk, een aantal gedragsregels kan geen kwaad (het levert ons een soort structuur op om grote beslissingen in de politiek te kunnen nemen). Maar het is veel vriendelijker en makkelijker voor ons als we gewoon lekker zelf bepalen wat we normaal vinden. Daarbij kunnen we best respect tonen voor iemand anders’ normaal.

Als ik bijvoorbeeld naar mijn opa en oma ga, weet ik dat ik daar niet moet vloeken. Ik kan wel vloeken, omdat ik dat in andere contexten normaal vind, maar ik kies er toch voor om het niet te doen. Ik probeer daarmee hun definitie van normaal te respecteren, omdat ik weet dat mijn opa en oma mij ook respecteren. Dit soort situaties leveren dan ook geen problemen op. Een situatie wordt pas problematisch, wanneer er geen wederzijds respect is.

Dat betekent echter niet dat je altijd volgens de definitie van anderen moet leven. Je hoeft je absoluut niet aan te passen aan de standaarden van anderen. Maar je moet ze wel erkennen en respecteren. En helaas moet je je realiseren dat je een risico loopt als je niet aan die standaarden voldoet, omdat niet iedereen in deze wereld altijd respect heeft voor anderen. Zolang je je eigen normaal kent, én die van een ander kan respecteren, zit je op de goede weg.

Dit artikel is gepubliceerd op Filosofie.nl, Filosofie Magazine, en is geschreven naar aanloop van het Waanzin Festival 2019.
https://www.filosofie.nl/nl/artikel/51302/jonge-denkers-bedenk-je-eigen-normaal-maar-respecteer-altijd-de-ander.html