iFilosofie De Jonge Denkers

De Maand van de Filosofie 2019 is begonnen! Het credo: ‘ik stuntel, dus ik ben’. In het kader van onze (im)perfecties schreven De Jonge Denkers ieder een column. De 43e editie van iFilosofie staat geheel in het teken van de Jonge Denkers, met dank aan de redactie van het ISVW. Veel kijk en leesplezier!

De nieuwe Jonge Denkers des Vaderlands zijn gehuldigd!

Bezwijken we onder een prestatiemaatschappij? Wil de mens zijn imperfectie niet onderkennen? Of moeten we juist onze gebreken vieren?

Afgelopen dinsdagavond hielden de zeven nieuwe Jonge Denkers des Vaderlands in de Nieuwe Liefde voordrachten over deze vragen. Faye Driebergen (Haganum), Franka de Bruin (Stedelijk Gymnasium Nijmegen), Line Hut (SGC Comenius Leeuwarden), Max Hell (Het 4e Gymnasium Amsterdam), Noor Sebregts (Theresialyceum), Puck de Beer (Carolius Clusius College) en Thessa Fennema (Stellingwerf College) zijn dit jaar geselecteerd tot de nieuwe lichting.

Ze zijn geselecteerd uit een grote reeks inzendingen door filosofieleerlingen (VO) uit heel Nederland. De vakjury, bestaande uit Anna Krans (Lemniscaat), Daan Roovers, Eveline Groot (Stichting Maand van de Filosofie), politicus Peter Kwint en Sake van der Wall (VFVO), beoordeelde dit jaar zowel artikelen als pitches over het thema ‘de gebrekkige mens – geluk of tragedie?’.

Voordat de Jonge Denkers officieel gehuldigd werden, voelden de juryleden dinsdag ze nog kritisch aan de tand. Is het verband tussen de overvloed aan burn-outs en de drang naar perfectie een modern fenomeen, of is eigenlijk al veel ouder? Moeilijk om te zeggen als je nog jong bent. Toch wisten de Denkers – al dan niet met behulp van de klassieke filosofen – hier een scherpe analyse op te geven. In een plenaire discussie plaatsten ze kanttekeningen bij veel vanzelfsprekendheden in het onderwijs: prestatiedruk, de cijfermentaliteit, de toets cultuur. Onderwerpen die schreeuwen om kritische reflectie.

De zeven Jonge Denkers zullen aankomend jaar volop deelnemen aan het filosofisch en maatschappelijk debat. U kunt online en offline publicaties verwachten, als ook optredens op filosofische festivals.

Jurering in volle gang

De deadline voor de Jonge Denkers wedstrijd is inmiddels gesloten.  De professionele jury die zich nu over de inzendingen mag buigen bestaat uit Evelien Groot, Daan Roovers, Sake van der Wal en Peter Kwint.

Wie heeft er dit jaar de meest actuele, kritische, creatieve column geschreven waarin relevante, filosofische vragen worden gesteld – en, niet onbelangrijk: wie weet dit alles helder en overtuigend te presenteren? Aan de jury om dit uit te zoeken. Uiteindelijk worden er uit alle inzendingen acht gekozen.

Op 27 november worden alle geselecteerde Jonge Denkers uitgenodigd om in de Rode Hoed in Amsterdam hun artikel voor te dragen, en samen in gesprek te gaan.

Klimaatverandering en waarom we er niks aan doen

Auteur:  Joëlle Schuurman (Jonge Denker, 2017-2018)

De eerste geschiedenisles van de middelbare school. Het allereerste onderwerp: de prehistorie. Een tijdperk waarin de mens nog niet zo ver ontwikkeld was als de mens van nu. Een tijdperk waarin de mens meer op dieren leek dan de mens van nu. Niet alleen qua uiterlijk – zoals het rechtop lopen waarmee wij ons later zouden onderscheiden, maar ook en vooral qua levenswijze. Deze mensen zijn in de geschiedenisboeken genoemd naar waar ze zich mee bezighielden: jagen en verzamelen. Ze vertrouwden voor een volle honderd procent op hun zintuigen en konden zo op tijd reageren op gevaar.

Het rudiment van de prehistorische mens

De prehistorie is eeuwen geleden, maar toch is dit stukje mens in de mens van nu nog terug te vinden. We kunnen als geen ander op direct gevaar reageren. Maar in de toekomst kijken vinden we lastig. Beter gezegd, handelen naar toekomstige gebeurtenissen vinden we lastig. We kunnen namelijk best inzien dat ons klimaatprobleem in de toekomst grote gevolgen zal hebben. Die gevolgen worden langzamerhand duidelijker, maar er ook daadwerkelijk naar handelen doen we niet. De waarschuwingen van deskundigen, die ons al jaren duidelijk proberen te maken dat wereldwijd kuststeden zullen overstromen en delen van bijvoorbeeld Afrika onleefbaar zullen worden door de opwarming van de aarde, proberen we zoveel mogelijk te ontwijken. Door het probleem een wereldwijd probleem te noemen hopen we dat andere landen het op zullen lossen. Door het probleem een probleem voor volgende generaties te noemen hopen we dat we er zelf geen rekening mee zullen hoeven houden. Door het probleem aan anderen toe te wijzen hopen we dat we er zelf mee weg kunnen komen.

Zo werkt het natuurlijk niet. Ook Nederland heeft de klimaatakkoorden van Parijs in 2015 ondertekend en ook Nederland zal hard moeten werken om de hoeveelheid broeikasgassen met 40 procent te verminderen. Wanneer we over een aantal jaar, in 2030, onze broeikasgassen met die van 1990 vergelijken willen we dat die met 40 procent zijn verminderd, maar we willen er eigenlijk niks voor doen. Laat de politici maar maatregelen nemen, dan komt het vast wel goed. Maar hoe komt dat nou eigenlijk dat we zo weinig actie ondernemen om onze planeet te redden? Is dit puur toe te wijzen op onze natuur, op het stukje van de prehistorische mens in ons, die zich alleen richt op direct gevaar? Of moeten we toch eens goed in de spiegel kijken en ligt de oorzaak wellicht in onze idealen, onze mentaliteit, onze identiteit? En wat zouden we tegenkomen, wanneer we bij onszelf naar binnen kijken en echt nagaan waarom we niet in actie komen?

Drie excuses geven oproep tot zelfreflectie

Eén van de eerste dingen die we zullen tegenkomen is ons masker van machteloosheid. We kunnen in ons eentje toch nooit het verschil maken? Dus dat half uur dat we onder de douche staan, dat zal toch nooit het verschil maken? De lichten die we de hele dag aan hebben staan omdat we vergeten zijn ze uit te doen, die zullen toch nooit het verschil maken? De grote bedrijven, de grootste luchtvervuilers, de grootste milieucriminelen die er zijn, zij zouden zichzelf eens goed moeten bekijken. Toch? Zij en niet wij. Dat is hoe we het graag omschrijven.

Daarnaast is het gemakkelijk om het probleem door te schuiven naar de volgende generaties. Het is niet urgent genoeg, we zullen er zelf nog geen directe gevolgen van ervaren, dus is het niet per se nodig om er iets aan te doen. Ja onze kinderen, die zullen de milieuvervuilers moeten aanpakken. Onze kinderen zullen bij alles wat ze doen rekening houden met het milieu, want voor hen is het echt nodig. En wij kunnen er niets aan doen dat we zo denken want onze prehistorische voorouders zitten echt nog wel ergens diep in ons. Directe gevaren, daar moeten we ons op richten. De oplossing voor het klimaatprobleem komt later wel.

Sommigen van ons vinden nog iets heel anders wanneer zij goed in de spiegel kijken. Met een hard woord: ontkenning. Sommigen van ons vinden namelijk dat zij kunnen bewijzen dat deze veranderingen natuurlijk zijn. Er zijn al eeuwen schommelingen in de temperatuur, de gemiddelde temperatuur van de aarde beweegt zich in een conjunctuur en we gaan nu weer richting een top. Dus dan kunnen we er helemaal niets aan doen. Het proces wat nu gaande is, is een volkomen natuurlijk fenomeen. Dus wij als nietig mensje kunnen daar dan niets aan doen. En wij hoeven daar dan ook niets aan te doen. Wij als nietig mensje mogen daar zelfs niets aan doen, want het is natuurlijk, het hoort nu eenmaal zo.

Voorbij het masker van machteloosheid

En voilà, drie excuses waar wij ons achter verschuilen. Genoeg redenen om niet zelf actie te ondernemen toch? Laten we alle drie nog eens goed bekijken. Laten we eens kijken of we hier iets uit kunnen halen waardoor we onszelf kunnen motiveren om niet alleen in de spiegel te kijken, maar ook om hier tegen af te zetten en onze planeet te redden.
Zij en niet wij. Dat was het allereerste excuus. Mij is altijd geleerd: begin bij jezelf. Waarom zou dat hier niet gelden? Ook de grote bedrijven en de politieke organen bestaan uit mensen. We kunnen ons amper voorstellen wat voor verandering we teweegbrengen als al die mensen bij henzelf beginnen, hun afval beter scheiden en meer op hun energieverbruik letten. Als het grootste deel van ons mensen ervoor weet te zorgen dat zij hun masker van machteloosheid afzetten en toe durven te geven dat zij wel degelijk verschil kunnen maken, dan komen we een heel eind. Dan kunnen we de afspraken van Parijs nakomen.

Directe actie in plaats van gemakzucht

Het tweede excuus was het feit dat het klimaatprobleem geen direct probleem is. Het is een probleem voor latere generaties. Maar we vertellen onszelf niet de volledige waarheid wanneer we op deze manier denken. Want het feit dat het een indirect probleem is, betekent ook dat de oplossing indirect is. Wanneer we pas beginnen met een oplossing als we de gevolgen van het probleem kunnen waarnemen zijn we simpelweg te laat. Wanneer onze kuststeden overstromen is het te laat om te beginnen met korter douchen. Wanneer Afrika te warm wordt om te leven is het te laat om te beginnen met letten op ons energieverbruik. We mogen onszelf niet voorliegen door te zeggen dat toekomstige generaties de oplossing zullen moeten verzinnen.

Om ons te richten op indirecte problemen

En tot slot het argument van de conjunctuur. Er zijn zowel wetenschappers die verdedigen dat de conjunctuur van de temperatuur natuurlijk is, als wetenschappers die verdedigen dat de top van de conjunctuur nu veel hoger is dan dat het zou moeten zijn wanneer de temperatuur de conjunctuurbeweging netjes zou volgen. Maar waarom zouden we dit als excuus gebruiken? Het is het ene woord tegenover het andere, en op dit moment kunnen we niet met zekerheid zeggen welk woord het juiste is. Waarom zouden we niet het zekere voor het onzekere nemen en onze eigen maatregelen nemen? Het is niet nodig om te geloven dat de klimaatverandering onnatuurlijk is om in te zien dat het nuttig is om ons afval te scheiden, dat het geen kwaad kan om korter te douchen en dat het ook geen kwaad kan om onze lampen uit te doen wanneer we een kamer verlaten. Deze maatregelen zijn zelfs heel egoïstisch te verantwoorden; het bespaart namelijk geld.

Dus excuses genoeg, maar zeker ook redenen genoeg om deze excuses met de afvalcontainers aan de weg te zetten. Dat kleine deeltje van onze prehistorische voorouders in ons kunnen we vaak gebruiken, maar soms is het beter om toe te kunnen geven dat we in de tegenwoordige tijd leven en dat de mens van nu zich ook op indirecte problemen kan en moet richten.

Datum: 21 augustus 2018

De Jonge Denkers des Vaderlands zijn geselecteerd!

Is het menselijk om idealen te hebben? Heeft de politiek ‘de filosofie’ nodig om besluiten te nemen? Zitten idealen ons juist in de weg om goed samen te leven?

De eerste Avond van De Jonge Denkers

In De Rode Hoed te Amsterdam hielden veertien geselecteerde filosofieleerlingen uit heel Nederland inspirerende voordrachten en waren er onder leiding van Wouter Kusters bijzonder boeiende gesprekken.

De leus ‘Verbeelding aan de macht!’ – het nieuwe thema van de maand van de filosofie (april 2018) – riep duidelijk vragen op. Kun je zeker weten dat het ideaal uit jouw verbeelding ook goed is voor een ander? Wat als idealen met elkaar botsen? Willen we zoeken naar een eenheid?

Zonder idealen zijn we net als een robot?

Wie met een ideaal binnenliep deze avond, ging met nieuwe idealen de deur uit. Of had idealen misschien wel naast zich neergelegd. Deze filosofieleerlingen zetten ons duidelijk aan het denken en daar, zo leek toch even consensus, hebben we hard nodig. Of is dat een valkuil, een nieuw onderdrukkend ideaal?

Alle veertien leerlingen, geselecteerd op basis van hun column, gaan onder leiding van uitgeverij Lemniscaat een essaybundel maken. Zeven van hen zullen de eretitel ‘Jonge Denker des Vaderlands’ gaan dragen – en ons via vlogs, columns en optredens in verschillende media & tijdens evenementen prikkelen om verder te denken. Als deze eerste Avond van de Jonge Denkers is als een belofte voor de toekomst dan staan onze spannende maanden te wachten!

Jury in overleg: wie vormen samen de sterkste groep Jonge Denkers – gezien hun voordracht en deelname aan het gesprek?

Jonge Denkers 2017-2018
Neila Bakija, Hendrik Beukelman, Emma Ligthart, Ehsan Razaghi, Joëlle Schuurman, Ajuna Soerjadi en  Eva Spek

De andere filosofieleerlingen die ook een bijdrage gaan leveren aan de essaybundel:
Jill van Grinsven, Lente Neefjes, Julia Herni, Douwe Ridder, Veere Boucher, Bente van Loef en Iza Valkema.

Avond De Jonge Denkers: 20 november in De Rode Hoed

Er zijn 58 columns ingestuurd door filosofieleerlingen (VO) uit heel Nederland. Op dit moment ontfermt een deskundige jury zich over deze columns om een selectie van 14 leerlingen te kunnen maken.

De 14 geselecteerde leerlingen mogen sowieso een bijdrage gaan leveren aan een essaybundel van De Jonge Denkers over het thema van de Maand van de Filosofie (april 2018): Verbeelding aan de Macht! Daarover later meer…

Daarnaast worden zij uitgenodigd om 20 november in De Rode Hoed te Amsterdam (avond, vanaf 18.30 uur inloop) een voordracht te houden en gesprekken te voeren over dit prikkelende thema. Hier worden 7 leerlingen uit geslecteerd die dit schooljaar de eretitel ‘Jonge Denker’ (des Vaderlands) mogen dragen.

Iedereen is voor deze avond van De Jonge Denkers van harte uitgenodigd om te komen kijken en zelf aan het denken te worden gezet. Wat zijn jouw idealen? Is het tijd voor idealistisch denken, of moeten we hiermee stoppen? Filosofieleerlingen zullen laten zien hoe filosofie een waardevolle bijdrage kan leveren aan het publieke debat – kom dus ook – en proberen die eretitel te bemachtigen.

Aanmelden kan door een mail te sturen naar info@dejongedenkers.org. Let op: er zijn maar een beperkte hoeveelheid plaatsen!