Scheve rechten

Auteur: Mirte Dophemont

Bijna overal waar je kijkt kun je wel ongelijkheden ontdekken. De wereld zit er vol mee, maar er komt wel steeds meer aandacht voor. Een voorbeeld hiervan is Internationale vrouwendag, die sinds 1912 wordt gevierd in Nederland. Een dag om wereldwijd aandacht te besteden aan de positie van vrouwen en te zorgen voor gelijke kansen. Wat is het idee achter deze dag waarbij we aandacht hebben voor ongeveer de helft van de wereldbevolking?

Invloed met impact, was het thema van Internationale vrouwendag dit jaar gevierd op 8 maart 2021. De dag is ontstaan om te vieren dat vrouwen voor hun rechten opkwamen, zoals kiesrecht en om aandacht te krijgen voor de nog steeds bestaande ongelijkheid tussen man en vrouw. Tegen vrouwengeweld, achterstelling en het niet kunnen bemachtigen van belangrijke functies van vrouwen. Nog steeds heeft een slechts kwart van de vrouwen een leidinggevende functie tegenover driekwart van de mannen. Vrouwen zijn eeuwenlang achtergesteld geweest en daar zien we nu nog steeds dingen van terug.  Er zijn genoeg redenen te noemen voor de viering van deze dag, maar vrouwen zijn niet de enige groep die achtergesteld is. Er zijn heel veel groepen te bedenken die tot op de dag van vandaag nog steeds worden gediscrimineerd. Worden zij niet nog meer achtergesteld doordat er geen speciale dag voor hen is? Aan de andere kant kun je zo bezig blijven, er is altijd wel iets of iemand waar dan niet aan gedacht wordt. Ongelijkheid zal blijven bestaan, maar we kunnen het wel proberen te verminderen.

´Je wordt niet als vrouw geboren, maar tot vrouw gemaakt.´ Simone de Beauvoir (1908-1986) was een invloedrijke feminist en filosoof. Door haar boek ´De tweede sekse´ uit 1949 werd ze een belangrijk gezicht van de moderne vrouwenbeweging. In dit boek bespreekt ze dat de vrouw is neergezet als het tweede geslacht, een extra soort naast de gewone mens. ´Ze denkt als een man`, zei haar vader, voor wie ze veel bewondering had. Best wel een apart compliment, als je bedenkt hoe Simone de Beauvoir liet zien dat mannen als uitgangspunt werden genomen in de samenleving. Ze zei dat vrouwen niet vrij waren en ze leefden volgens regels opgesteld door mannen. Ze werden gezien als een soort tweederangsburgers en werden daarom bijvoorbeeld niet meegenomen in het kiesrecht. De verschillen tussen man en vrouw zijn volgens haar niet aangeboren, maar ontstaan door de inrichting van de samenleving.

Ook in de taal zien we de scheve verdeling nog terug. De meeste mannelijke woorden worden langer gemaakt om ze vrouwelijk te maken. Bijvoorbeeld zanger en zangeres of vriend en vriendin. Zelfs in het woordenboek (prisma, 2016), waarvan je zou zeggen dat het redelijk neutraal is, zie je dat de man als uitgangspunt wordt genomen. Als je directeur opzoekt krijg je de gewone definitie, maar als je een eindje verderop kijkt naar directrice staat er: vrouwelijke directeur. Dat is niet het enige voorbeeld wat er te vinden is. Hierin kun je het punt van Simone de Beauvoir ook weer terugvinden, waarbij de vrouw als een extra categorie wordt gezien.

Het heeft dus zeker wel zin om te streven naar meer gelijkheid in de samenleving. Of het nou gaat om de ongelijkheid tussen man en vrouw of twee andere groepen. Helaas wordt het erg moeilijk om ongelijkheid helemaal uit te bannen. Er zullen altijd littekens van overblijven. Denk aan de basis van de taal, deze kun je moeilijk wegvegen zonder de hele boel overhoop te gooien. De oude structuur is er niet helemaal uit te filteren. Het belangrijkste is om niet stil te blijven staan bij de oneerlijke verschillen, maar vooruit te kijken en te zorgen voor verandering.

Bronnen:

https://www.rtlnieuws.nl/economie/life/artikel/4957271/global-gender-gap-index-world-economic-forum-ongelijkheid-mannen
https://www.femma.be/nl/blog/artikel/je-bent-niet-als-vrouw-geboren-je-wordt-tot-vrouw-gemaakt

Uitgeteld

Auteur: Mirte Dophemont

Het is alsof ze van de aardbol geveegd zijn. Waar ik ook kijk, nergens zie ik ze. Het lijkt of de wereld een stukje leger is geworden. Geen nummerborden op auto´s, geen huisnummers. Als ik mijn telefoon open zie ik niet hoeveel appjes ik heb, welke datum het is of hoe laat het is. Wanhopig loop ik een dierenwinkel binnen waar ergerlijk harde muziek draait. Ik loop naar het eerste beste schap en zoek de rekken af. Kattenbrokjes in de vormen van sterren en een kleurrijke hondenmand. Voor zover als ik kan probeer ik de muziek te negeren en te focussen op de producten. Ik doe een poging door alle indrukken heen te kijken in de hoop ergens iets vertrouwds te vinden. Er staan geen prijzen gegeven, ik pak de hondenmand en speur deze af op zoek naar een prijskaartje. Achter me loopt een medewerker langs. `Mevrouw, kunt u me vertellen hoe duur deze mand is?` Ze kijkt me vervreemd aan, fronst en loopt dan weer verder alsof ze me niet heeft gehoord, alsof ík gek ben.

Schoolresultaten, kijkcijfers, de tijd, de waarde van dingen en ook zelfs dieren, iemands leeftijd, schoenmaat, lengte en het welzijn van de samenleving. Probeer eens iets te bedenken waar geen getal aan te verbinden valt. Dat is bijna onmogelijk. Een samenleving beheerst door statistiek. Cijfers die bepalen waar je gaat eten, welke dingen je koopt en hoe je naar andere mensen kijkt. Ze geven ons houvast, het idee dat we weten tegen wie we praten en waar we aan toe zijn. Stiekem hebben ze een grotere rol in ons leven dan we durven toegeven en langzaamaan zijn ze onmisbaar geworden. Vertrouwen we meer op abstracte tekens dan op woorden?

Het welzijn van de inwoners van Nederland is googlebaar en uitgezocht door het CBS. Je kunt zo in een percentage aflezen hoe gelukkig mensen in een bepaald jaar waren. Vanaf 1997 is het percentage mensen dat aangeeft gelukkig te zijn nagenoeg gelijk gebleven, ergens tussen de 85 en 90 procent. Ik vraag me af hoe ze het onderzoek hebben kunnen uitvoeren. Hebben ze gewoon aan Nederlanders gevraagd: Bent u gelukkig op dit moment? Als een ja of nee vraag, een gesloten vraag. Zijn gevoelens uit te drukken in getallen? Kun je een vraag over iemands welzijn zo oppervlakkig formuleren? In dit geval lijken getallen mij niet zo veel te zeggen. Gevoel is een van de dingen die je beter uit kunt drukken in sprekende woorden dan in platte percentages.

Als we het overzicht verliezen hebben we de neiging alleen nog maar naar de cijfers te kijken. Deze zijn feitelijk en zorgen voor meer houvast. Waar komt de neiging vandaan om alles te meten? De Duitse filosoof Martin Heidegger had hier wel een antwoord op. Zijn theorie was dat dit voortkomt uit angst voor wat we niet kunnen snappen. Een vage toekomst geeft een beangstigend gevoel. Vroeger hadden mensen voor veel dingen geen verklaring en wezen ze daarvoor God aan. Op een gegeven moment kwamen er natuurwetten die nummers verbonden aan de natuur en daarmee konden dienen als een uitleg voor onverklaarbare verschijnselen. Mensen konden de wereld om hen heen beter begrijpen. Overschatten we de waarde van cijfers niet lichtelijk?

Om overzicht te houden hebben we getallen nodig. Ze maken dingen duidelijk en geven ons duidelijk aanwijsbare feiten. Wel moeten we ons ervan bewust zijn dat ze niet altijd de waarheid spreken. De cijfers liegen er niet om, is niet in iedere situatie een terechte uitdrukking. Ze kunnen een verkeerd beeld geven en de realiteit makkelijk verdraaien. Cijfers zijn vaak een aanvulling op woorden, die een net iets concreter beeld geven. Ze maken een plaatje af en tekenen de structuur, maar je moet ze niet uit de context halen. Dan houd je alleen nog maar een aantal richtingloze lijnen over. Laat de cijfers inzicht geven, maar de woorden spreken.

Bronnen:

https://longreads.cbs.nl/trends19/maatschappij/cijfers/welzijn/

Filosofie voor een weergaloos leven, Lammert Kamphuis, 2018

In gesprek met wethouder Roopram over deltaplan jeugd

De Jonge Denkers zijn donderdag 18 februari 2021 in gesprek gegaan met Reshma Roopram, de wethouder van Barendrecht. Zij is initiatiefnemer van het actiegericht deltaplan jeugd dat als visie heeft jongeren meer perspectief te bieden in deze crisistijd. De brandbrief met deze oproep is gisteren overhandigd aan staatssecretaris Paul Blokhuis.

Lees hier meer over op https://www.binnenlandsbestuur.nl/sociaal/nieuws/brandbrief-actiegericht-deltaplan-jeugd-keihard.15942005.lynkx

Bevroren letters

Zonder goede wegen geen post

Auteur: Mirte Dophemont

Haar rillende handen omklemmen de brief die ze in haar handen heeft. Met snelle stappen loopt ze over het pad. Als ze stevig doorstapt zal ze binnen een halfuur bij oma zijn. Zou het kwaad kunnen de brief eventjes te openen en te kijken wat er zo dringend was? Nee, haar moeder heeft haar duidelijk gevraagd dat niet te doen. Terwijl de kou haar muts binnendringt probeert ze te denken aan het warme kopje thee dat haar op zal staan te wachten bij oma.

Brieven bezorgen was een hele tijd geleden een normale zaak. Wilde je een boodschap overbrengen naar je oma een aantal kilometer verderop dan moest je deze afstand zelf zien te overbruggen. Tegenwoordig is dat heel anders, met een klikje kun je een uitspraak versturen die 2 seconden later kilometers verder een schermpje  laat oplichten. Daardoor zijn niet alleen goedbedoelde berichtjes makkelijk af te leveren, ook de stap om een hatelijke reactie te versturen is opeens een stuk minder groot.

Als je acht kilometer zou moeten overbruggen terwijl het buiten ijzig koud is en de wind je tegenwerkt, zou je dan al die moeite doen om een gemene boodschap over te brengen? In sommige gevallen is het jammer dat het nu veel simpeler gaat. Een tikje op je telefoon en weg is je brief. Dat het zoveel makkelijker is zorgt er natuurlijk voor dat er veel meer interactie is over de gehele wereld. Een netwerk gevormd van filmpjes, foto’s en reacties en de mogelijkheid om moeiteloos vanuit Nederland een boodschap naar Australië te versturen. Het begrip ´belangrijk´ heeft in die zin een heel andere betekenis gekregen, omdat er meer mogelijk is. Veel mensen willen namelijk het gevoel hebben gehoord te worden en een eigen mening neerzetten. Dit is ook iets waardevols, maar het verspreiden van je persoonlijke ideeën is niet grenzeloos.

Het recht op een eigen mening geldt in Nederland voor iedereen. Iedereen heeft een stem gekregen en wil deze maar al te graag laten horen. Helaas pakt deze vrijheid niet altijd goed uit. Onder ieder filmpje kan iemand zijn beledigingen leggen. Elke gedachte die je op een bepaald moment over iets hebt kun je zo eruit gooien en onuitwisbaar op internet laten staan. Een bevroren uitspraak erbij geplakt aan het grote netwerk. De meeste mensen laten als ze iets tegen iemand zeggen hun woorden eerst door een filter gaan. Beledig ik de persoon er niet mee? Is de uitspraak gepast en wat voor gevolgen heeft een uitspraak? Deze dingen neem je onbewust vaak mee voordat je iets zegt. Is dit filter dunner op het moment dat je een uitspraak anoniem kunt doen vanaf je bank, veilig verscholen achter een schermpje? Wanneer gaat het uiten van een mening te ver?

De discussie over vrijheid van meningsuiting gaat ver terug. De filosoof Spinoza uit 1632 vond het uiten van een mening te ver gaan als ze de vrijheid van anderen inperken. Ook mogen uitspraken niet aansporen tot handelen en acties van geweld. John Stuart Mill stond er iets anders in. De Britse filosoof zag het verkondigen van je mening als iets essentieels in de samenleving, niet alleen voor jezelf, maar ook voor anderen. Door meningen van anderen te horen kun je beter een eigen mening vormen en misschien van gedachten veranderen. Volgens Mill is er maar één grens die er getrokken moet worden: je uitingen mogen geen anderen in gevaar brengen. Doodsbedreigingen gaan volgens hem dus te ver, maar andere dingen niet. Een absurde reactie van iemand kan jou juist laten inzien waarom je gelijk hebt. Vrijheid van meningsuiting helpt om de waarheid te vinden. Door af te strepen wat absurde ideeën zijn van anderen ben je in staat je eigen mening beter te formuleren.

Niet alleen data maar ook mensen reizen massaal over de wereld waarbij ze van alles met elkaar uitwisselen, waaronder levensgevaarlijke virussen die een leven in een klap grandioos kunnen veranderen. Onderschatten we de virussen niet die iedere dag het schermpje van miljoenen kinderen overspoelen? Daarmee bedoel ik niet de schade die een computervirus in een bestand aan kan brengen. Juist de virussen die zich nestelen in hoofden van kinderen en schade aanbrengen in de vorm van gekwetste gevoelens. De haat en discriminatie waar zij dagelijks aan blootgesteld worden zonder dat er een goede een controle op zit.

Er zitten naast positieve kanten dus ook veel gevaren aan het plaatsen van reacties op sociale media. Het verspreiden van je eigen vrije mening is soms iets te makkelijk. Hoe moeten we dit tegengaan en is dit wel mogelijk? Is het laten verwijderen van deze reacties door mediabedrijven genoeg? De vraag is dan wie er bepaalt of een reactie passend is of echt niet door de bocht kan. Daarnaast is het een onmogelijke opgave om al deze reacties te verwijderen en te onderscheiden. Ook is de grootste schade meestal al aangericht na het plaatsen van een hatelijke reactie. Om deze achteraf weg te halen maakt de uitspraak niet ongedaan. Je kunt het moeilijk van het netvlies laten wissen. De discussie over de vrijheid van meningsuiting is lang geleden begonnen en zal met alle nieuwe ontwikkelingen nog lang niet over zijn.

Bronnen:

https://www.quest.nl/maatschappij/politiek/a28888027/vrijheid-van-meningsuiting-wanneer-te-ver/
https://www.universiteitleiden.nl/onderzoek/onderzoeksprojecten/rechtsgeleerdheid/vrijheid-van-meningsuiting-op-%E2%80%98social-media%E2%80%99

Online school en meer corona gruwelen

door Marah van Andel, 15 mei 2020

‘Wat een gekke tijd is dit toch, vind je niet?’

‘Vermaak je je nog een beetje in quarantaine? Hoe doen jullie dat nu met school?’

’S ochtends sta ik om zeven uur op, als een normale schoolweek. Ik ga drie kwartier rennen, om toe te komen aan mijn beweging. Ik kom thuis, ga douchen en ontbijten. Dan ga ik naar school. Ik neem mijn ontbijt mee, als ik nog maar weinig tijd heb. Ik loop naar boven, de trap op. Mijn kamer in. Ik ga op het enige punt in mijn kamer zitten waar ik wifi heb, en zet mijn laptop aan. “Goedemorgen, iedereen!” De les begint.

Hoe wij dat nu met school doen, is online. Vijf of zes uur lang, bijna iedere dag. Achter een beeldscherm, alleen. Dat vergt zijn tol. Technologie wordt steeds meer gebruikt, en nu tijdens Corona is het uiteraard een magnifieke uitkomst wat betreft het bijhouden van school. Je ziet je leraren op een dagelijkse basis door een cameraatje heen, maar het enige dat je doet is luisteren en kijken. Luisteren, aantekeningen maken en kijken. Ik vraag mij dan ook elke dag opnieuw af: Is dit allemaal wel zo goed? We kunnen niet echt anders, maar kunnen we echt niet anders? Wat voor effect heeft deze situatie op ons? Waar stevent de mensheid op af als we gewend raken aan deze manier van leven?

Waar ik eerst ronddartelde door de schoolgangen, toekwam aan mijn dagelijkse portie slechte grappen en knuffels, heb ik nu niks. Aan de ene kant is dit online lessen natuurlijk een fantastische uitkomst, maar we raken afgestompt. We hebben als mensen- en vooral als pubers- meer nodig dan alleen maar een scherm. Is dit dan de toekomst waar we naar we naar op weg zijn? Ik ben vaak bang dat wij -de tieners van nu en de volwassenen van morgen-  zullen moeten gaan leven in een wereld waar alles via technologie gecommuniceerd en gebruikt gaat worden. Dat dat normaal gaat worden. Want we horen wel constant de leus: We moeten niet terug naar normaal, normaal was juist het probleem. Maar wat is dan dat nieuwe normaal? Is het nieuwe normaal een maatschappij waarin we niet meer weten hoe we gezellig doen met vrienden? Een maatschappij met vierkante ogen? Straks worden al die sciencefiction films en boeken waarheid, en worden we lege mensen. En dat is dan onze toekomst. Na een hele dag online school kan ik niet meer denken. Ik word vaag, langzaam. Ik zie niet meer scherp en ik voel weinig. Dit afgestompte gevoel komt voort uit de non-stimulatie die ik haal uit de hele dag achter een apparaat te zitten. Alles voelt zwaar. Vermoeid.

Het ergste vind ik dat ik hierdoor de mooie dingen in het leven niet meer kan zien. Ook dat zien we ironisch genoeg vaak terugkomen in de media. Zie de kleine dingen in het leven, trek je los van je scherm. De lente is aan me voorbij gegaan, omdat ik zo ontzettend moe ben de hele tijd. Mijn prioriteiten gaan omlaag, wanneer ik een uurtje wandel ben ik al trots op mezelf. Ik heb tenminste bewogen! Maar lichamelijke behoeften bevredigen is niet genoeg. We zijn mensen, we hebben creativiteit en mooie dingen nodig.

Dus wat blijft er dan over, wanneer ik zeg dat ik geen online lessen meer wil volgen? Wanneer ik zeg dat ik weiger om mijn leven lang achter een scherm gekluisterd te zitten? Hoe het dan wel zou moeten weet ik eerlijk gezegd ook niet. Ik weet alleen dat ik hoop dat deze manier van leven echt alleen zo blijft tijdens de coronacrisis.

Het is een rare tijd. Ook voor ons.

De nieuwe Jonge Denkers over de waarde van waarheid

Wat is waarheid nog waard? Wat betekent het als relativisme zijn intrede doet in maatschappelijke debatten? Kunnen we nog waarde hechten aan de wetenschap in een tijdperk van post-truth?

De zeven nieuwe Jonge Denkers des Vaderlands trachtten dinsdagavond 3 december tijdens hun huldiging antwoord te geven op deze filosofische vragen. De artikelen waarmee ze de wedstrijd wonnen droegen ze voor in de Rode Hoed. Dit zijn de zeven winnaars: Marah van Andel (OSG West-Friesland, Hoorn), Paul Zevenbergen (Emmauscollege, Rotterdam), Jan Peter van Irsel (Augustinianum Eindhoven), Joep Huisman (Stedelijk Gymnasium Nijmegen), , Gregor Hofstede (Gymnasium Novum, Voorburg) Eva Dekkers (Gemeentelijk Gymnasium Hilversum), Ruben van der Marel (Gymnasium Haganum). (v.l.n.r.)

Ze zijn geselecteerd uit een grote reeks inzendingen door filosofieleerlingen (VO) uit heel Nederland. De vakjury, bestaande uit Anna Krans (Lemniscaat), Florian Jacobs (ISVW), Harm Tiggelaar (VFVO), Lianne Tijhaar (Stichting Maand van de Filosofie), beoordeelde dit jaar zowel artikelen als pitches over het thema ‘wat is waarheid (nog) waard?’.

Een waardevolle discussie

Als symbolisch moment opende de avond in de Rode Hoed met een woordje van Denker des Vaderlands Daan Roovers. Alsof het haar kroost is, spoorde ze de nieuwe Denkers aan zoveel mogelijk van zich te laten horen en zien, al dan niet met haar.

Voordat de Jonge Denkers officieel gehuldigd werden, voelden de juryleden ze nog kritisch aan de tand. Is er überhaupt een zinnige discussie mogelijk als we geen gedeeld begrip van waarheid hebben? De definities van waarheid vlogen om de oren: correspondentie, coherentie, pragmatisme. Dat laatste lijkt tegenwoordig gezaghebbend, maar ook gevaarlijk. In het klimaatdebat wordt vaak meer waarde gehecht aan wat iemand overtuigt dan of de uitspraak wetenschappelijk is. Moeten we klimaatsceptici negeren als hun uitspraken niet op wetenschappelijk onderzoek zijn gebaseerd? De Jonge Denkers wisten deze vraag niet eenduidig te beantwoorden. Hun denken zal zich voortzetten.

Jurylid Lianne Tijhaar ondervraagt Jonge Denker Ruben

De zeven Jonge Denkers zullen aankomend jaar volop deelnemen aan het filosofisch en maatschappelijk debat. U kunt publicaties – waaronder in iFilosofie van ISVW – verwachten, als ook optredens op filosofische festivals. Heeft u hiervoor suggesties, of wilt u een Jonge Denker interviewen? Mail dan naar info@dejongedenkers.org.

Gekken wijzen ons de weg

Auteur: Jonge Denker Puck de Beer

Mensen die we niet snappen, die anders leven of redeneren, noemen we al snel gek of waanzinnig. Maar we moeten hun originele kijk op zaken juist koesteren. Waanzinnigen durven over grenzen te stappen, die wij niet over durven.

Meer dan vierhonderd jaar geleden publiceerde Galileo Galilei een schokkend inzicht: niet de aarde is het middelpunt van het heelal, maar de zon. Een enkeling keek vol ontzag tegen hem op, maar de meeste mensen veroordeelden Galilei voor ketterij. Ongehuwd samenwonend, ingaand tegen de opvattingen van zijn tijd en altijd onderzoekend: Galileo was een man met vele kanten. Hij was belangrijk voor de wetenschap en onze huidige kijk op de wereld. In zijn tijd werd hij echter voor gek verklaard. Galileo Galilei was in de zeventiende eeuw het schoolvoorbeeld van een waanzinnige.

Het woord ‘waanzin’ heeft altijd al een nare nasmaak gehad. Wanhopig zoeken we naar de beste manier om iedereen toch maar te accepteren en de waanzinnige mens zich normaal te laten voelen. Artikelen, onderzoeken, festivals; niks mag ontbreken. Waanzin moet het nieuwe normaal worden. Zolang we echter de waanzin behandelen als iets waarmee we wat moeten doen, waar we voor moeten oppassen of wat we moeten nastreven, laten we de waanzin niet gewoon waanzin zijn. Terwijl juist in die natuurlijke waanzin zo’n grote kracht ligt.

Maar laten we eerst vaststellen wat waanzin en niet-waanzin (ofwel normaal) eigenlijk is. De betekenis van deze begrippen is sterk tijdgebonden en daardoor lastig te beschrijven. Waanzin is datgene wat de maatschappij betitelt als ‘waanzin’. En voor ‘normaal’ werkt dat net zo. Waanzin en normaal worden gedefinieerd door de manier waarop wij ernaar kijken en de manier waarop wij die woorden gebruiken. In andere, hopelijk beter te begrijpen, termen: waanzinnigen zijn de mensen die buiten de boot vallen, de mensen die ons tegen de haren instrijken en de mensen die altijd met de ideeën komen waar we eerst een goed poosje aan moeten wennen. Normale mensen zijn mensen die we sneller snappen, de mensen met wie we altijd kunnen praten zonder dramatische miscommunicatie en de mensen die ons in enige mate logisch lijken.

We hebben ze allemaal nodig, de waanzinnige én de normale mensen, in alle gradaties, om als maatschappij goed te kunnen functioneren. Zo niet, dan had één van de groepen nu niet bestaan.

Hoewel we waanzin vaak zien als iets wat niet goed is, zit er een grote kracht in waanzin. Deze kracht is de andere blik op het leven, de manier waarop het de status quo in twijfel trekt. Het is een kracht dat de waanzinnige mens op een andere manier een stap in het denken en in de praktijk durft te zetten. De kracht van de waanzinnige mens is dat hij niet binnen de maatschappij past en zo de maatschappij relatief objectief kan bekijken en bekritiseren.

Galileo Galilei was zo’n waanzinnig mens, zo’n buitenbeentje. Hij leefde absoluut niet volgens de status quo en deed de grootste revolutionaire ontdekkingen. Hij had ideeën waarvoor hij met de nek werd aangekeken, maar bleef toch meer en meer publiceren. Galilei heeft in zijn waanzin de wereld verandert en dat ten goede.

Waanzinnigheid heeft op die manier een enorme kracht om de wereld te veranderen en te verbeteren. Maar de normale mensen zijn effectief bezig om de waanzinnige mensen de wereld uit te helpen. Iedereen moet er immers bij horen, iedereen moet erbij passen en het is natuurlijk absoluut niet oké als er mensen buiten de boot vallen. Door die gelijkheid af te dwingen, ontzeggen we de waanzinnige mens de kans om vanuit zijn unieke plaats de wereld te waarderen en te veranderen. Zonder de unieke plaats waar ze horen, kunnen waanzinnigen niet laten zien hoe uniek hun denken en doen eigenlijk is. Zonder die unieke plek zal de waanzinnige zich alleen maar misplaatst voelen op zijn plekje binnen de boot.

Dat de waanzinnige mens niet gelijk is aan degenen die we tot de normale mensen rekenen, betekent natuurlijk niet dat de waanzinnige mens beter of slechter behandeld moet worden. Iedereen verdient een eerlijke, rechtvaardige en respectvolle behandeling. Eenieder is dan ook gelijkwaardig. In de praktijk betekent dit dat het ongelijk-zijn van de waanzinnige en de normale mens niet moet leiden tot het kielhalen van de een, of in het geval van Galileo: het opleggen van een jarenlang huisarrest. Onze maatschappij heeft zich gelukkig ontwikkeld sinds de zeventiende eeuw en we kunnen, of zouden dit moeten kunnen, elkaar ondanks verschillen met respect, liefde en begrip behandelen. Zelfs als we het absoluut niet met elkaar eens zijn. Tegelijkertijd moeten we ook genoeg begrip leren opbrengen voor de waanzinnige mens, en de waanzinnige mens voor de normale mens, om de ander net zo waanzinnig of normaal te laten zijn als hij is.

Gelukkig kunnen we de groei die we als maatschappij hebben doorgemaakt in dit terrein al zien. Zo was Steve Jobs een echt waanzinnig mens en een revolutionair, net zoals Galileo Galilei dat ook ooit is geweest. Jobs leefde zoals hij wilde, maakte zijn middelbare school niet af, zette een bedrijf op dat enorme successen behaalde en bleef enorm betrokken bij alle besluiten die er gemaakt moesten worden. Steve Jobs was zoals hij was, liet zich niet veranderen en had met zijn ideeën een enorme impact op de wereld. Anders dan Galileo accepteerde de maatschappij Jobs volledig, zonder hem ook maar een seconde te willen veranderen. Daardoor kon Steve Jobs een waanzinnig mens blijven en een daardoor succesvol.

Enkele van de meest impactvolle mensen in de geschiedenis van de wereld waren mensen die buiten de boot vielen en als waanzinnig werden betiteld. Toch hield dat hen niet tegen om de maatschappij te vormen met hun ontdekkingen. Steve Jobs deed de inmiddels beroemde uitspraak bijna twintig jaar geleden: ‘The people who are crazy enough to think they can change the world, are the ones who do.’ Gewoon omdat de waanzinnige mens over de normen en gewoonten heen kan stappen en zich in de nieuwe mogelijkheden stort. Losgelaten waanzin zou nog wel eens de grootste kracht van de mensheid kunnen zijn.

Dit artikel is gepubliceerd op Filosofie.nl, Filosofie Magazine, en is geschreven naar aanloop van het Waanzin Festival 2019.

https://www.filosofie.nl/nl/artikel/51301/jonge-denkers-gekken-wijzen-ons-de-weg.html

Bedenk je eigen ‘normaal’, maar respecteer altijd de ander

Auteur: Jonge Denker Faye Driebergen

Wat normaal is, bepaal jij zelf. Tegelijk zijn er groepen die claimen te weten wat normaal is en anderen daarvan proberen te overtuigen. Voor sommige mensen werkt dat, voor meer eigenzinnige types meestal niet.

Normaal is een begrip. Normaal heeft dus ook een definitie. In het woordenboek staat: ‘Zoals het vaakst voorkomt, zoals de meeste mensen het doen’. Normaal betekent dus: dat wat gewoon ís. Het betekent niet: dat wat wij gewoon vínden.

Toch zal ik eens even zeggen wat ik normaal vínd. Ik zie normaal als een lijn. Het is een lijn waarlangs wij bewegen. Soms lopen wij er heel dicht langs of er zelfs op; soms bewegen wij er ook ver vandaan. Als je dicht langs de lijn loopt, ben je zogezegd normaal; loop je er verder vandaan dan ben je raar of gek.

Maar vergis je niet, deze lijn is niet een vastgelegde lijn. Want wij leggen deze lijn voor onszelf, wij bepalen voor onszelf wat normaal is. Maar naarmate we ouder worden en nieuwe dingen meemaken verschuift deze lijn. Continu worden nieuwe dingen als normaal gezien en voormalig normale dingen als raar of gek. Onze lijn voor normaal verschuift dus door elke ervaring die wij meemaken.

Maar wij leggen niet alleen zelf een lijn voor wat normaal is. Ook groepen mensen en sociale bewegingen leggen een lijn voor wat normaal zou zijn. Ze proberen ons te vertellen of zelfs te overtuigen hoe normaal er uit ziet. Dit kan overeenstemmen met onze lijn en kan ons veel rust bieden. Maar het kan ook loodrecht op onze lijn staan en ons volledig in verwarring brengen. Dergelijke lijnen van grote groepen kunnen mensen helpen, die door alle informatie niet weer weten wat raar is. Het brengt harmonie in een wirwar van lijnen die dwars door elkaar lopen.

Maar zoveel rust als dit sommigen brengt, zoveel onrust kan de groepslijn ook opleveren bij mensen die niet in de categorie normaal passen. In de grote groep raak je eigenlijk alle mooie individuele, afwijkende visies kwijt. De buitenbeentjes vallen buiten de boot.

Maar waarom moeten we eigenlijk met zijn allen binnen een groep bepalen wat normaal is? Natuurlijk, een aantal gedragsregels kan geen kwaad (het levert ons een soort structuur op om grote beslissingen in de politiek te kunnen nemen). Maar het is veel vriendelijker en makkelijker voor ons als we gewoon lekker zelf bepalen wat we normaal vinden. Daarbij kunnen we best respect tonen voor iemand anders’ normaal.

Als ik bijvoorbeeld naar mijn opa en oma ga, weet ik dat ik daar niet moet vloeken. Ik kan wel vloeken, omdat ik dat in andere contexten normaal vind, maar ik kies er toch voor om het niet te doen. Ik probeer daarmee hun definitie van normaal te respecteren, omdat ik weet dat mijn opa en oma mij ook respecteren. Dit soort situaties leveren dan ook geen problemen op. Een situatie wordt pas problematisch, wanneer er geen wederzijds respect is.

Dat betekent echter niet dat je altijd volgens de definitie van anderen moet leven. Je hoeft je absoluut niet aan te passen aan de standaarden van anderen. Maar je moet ze wel erkennen en respecteren. En helaas moet je je realiseren dat je een risico loopt als je niet aan die standaarden voldoet, omdat niet iedereen in deze wereld altijd respect heeft voor anderen. Zolang je je eigen normaal kent, én die van een ander kan respecteren, zit je op de goede weg.

Dit artikel is gepubliceerd op Filosofie.nl, Filosofie Magazine, en is geschreven naar aanloop van het Waanzin Festival 2019.
https://www.filosofie.nl/nl/artikel/51302/jonge-denkers-bedenk-je-eigen-normaal-maar-respecteer-altijd-de-ander.html

iFilosofie De Jonge Denkers

De Maand van de Filosofie 2019 is begonnen! Het credo: ‘ik stuntel, dus ik ben’. In het kader van onze (im)perfecties schreven De Jonge Denkers ieder een column. De 43e editie van iFilosofie staat geheel in het teken van de Jonge Denkers, met dank aan de redactie van het ISVW. Veel kijk en leesplezier!