Lopende band aan geluk

Auteur: Mirte Dophemont

Vanaf het moment dat ik het zie glinsteren in de metalen rekken, weet ik dat ik dit moét hebben. Ik wist van tevoren nog niet dat ik het nodig had, maar nu ik het zie staan ben ik er zeker van. Op de automatisch rollende weg zet ik het even neer. Het goedkeurende piepje maakt van het product mijn bezit. Een kort moment van geluk als ik het in mijn handen sluit en daarna los laat in mijn tas, tot mijn oog op iets nieuws valt.

`Nowadays people know the price of everything and the value of nothing.` Oscar Wilde schreef het al in 1890, maar voor de huidige maatschappij geldt deze uitspraak misschien wel nog meer. Want wie houdt er niet van? Shoppen en nutteloze dingen kopen voor de lol. Shoppen is geen noodzaak meer, maar eerder een hobby. We leven in een consumptiemaatschappij, een samenleving waar aan de lopende band goederen worden aangevoerd en verkocht. Bedrijven zien ons niet als individuen, maar als een grote massa. Een massa die van alles moet, moet eten, moet drinken, maar vooral een stroom van spullen nodig heeft. Ze proberen ons niet alleen producten te verkopen, ook wij zelf zijn product. Onze data en gegevens die we bijna overal wel moeten invullen. Je mailadres, postcode en volledige naam voor een beetje korting. Op die manier verkopen we ook een stukje van onszelf, in ruil voor een goedkoper product.

Als pionnetjes op een speelbord, bestuurbaar en voorspelbaar. Zo staan wij als consumenten in de rij. Onze wensen worden meteen in vervulling gebracht. Als je iets wilt hebben zoek je het op internet en binnen een week kun je het in je handen hebben. Ondertussen worden we aan alle kanten beïnvloed. Goede koopjes schreeuwen om onze aandacht via reclameborden, op televisie en op sociale media. Overal zien we de leukste producten voorbij komen. Toevallig precies zo’n zomerjurkje waar je naar op zoek was, popt op op het scherm van je telefoon. Gepersonaliseerde advertenties noemen we dat, maar kun je dat zo noemen? Zegt je koopgedrag iets over je persoonlijkheid? In zekere zin misschien wel, je opvoeding beïnvloed je koopgedrag voor een groot gedeelte. Als je thuis zelf altijd zuinig moest omgaan met je geld zal je koopgedrag anders zijn dan voor iemand die van zijn ouders altijd alles kreeg wat hij of zij maar wilde. Toch gaat het een beetje ver om te zeggen dat je bezittingen deel zijn van je karakter.

Shoppen maakt gelukkig, volgens een onderzoek van marketingwetenschapster Esther Jaspers. Je kunt er een adrenalinespurt van krijgen en je lichaam maakt dan dopamine aan, een stof die je een geluksgevoel kan geven. Het is op die manier dus `goed´ voor de mens, maar is het ook goed voor de wereld? Het gaat zo gemakkelijk en lijkt onschuldig om iets te kopen, maar het totaal van deze consumptie voert grote problemen met zich mee. Zoals schadelijke stoffen die vrijkomen, verspilling en vervreemding.

Een Franse filosoof die veel kritiek heeft op de consumptiemaatschappij is Jean Baudrillard. Vervreemding is volgens hem een van de nadelige gevolgen van de consumptiemaatschappij. Met elke aankoop komt de mens verder van zichzelf af te staan. Dat gebeurt doordat de mens door consumptiegoederen wordt verleid en alleen hier nog maar oog voor heeft. Daardoor heeft hij geen idee meer waar hij aan toe is en wat hij werkelijk nodig heeft.

Die nieuwe lipgloss is dan misschien het zonnetje van je dag, maar op de achtergrond hangen veel donkere wolken. Milieuvervuiling en verspilling, maar ook de slimme marketingtrucs die onze keuzes beïnvloeden. De marketingtrucs die ons als pionnen heen en weer schuiven, terwijl we denken zelf op het idee zijn gekomen om iets te kopen. Gelukkig worden we ons steeds bewuster van ons koopgedrag, maar er valt nog veel te verbeteren. Kopen zorgt voor voldoening, maar droogt ons tegelijkertijd ook uit. Maakt ons dorstig naar het kopen van meer en meer producten.

Bronnen:

Schilten, W. , 2018, 6 december, Eindelijk bewijs, shoppen maakt ons echt gelukkiger, geraadpleegd op 10 juli 2021 , https://www.harpersbazaar.com/nl/mode-juwelen/a25421426/onderzoek-shoppen-maakt-gelukkig-esther-jaspers/

Historisch Nieuwsblad, 2020 7 april, Jean Baudrillard, geraadpleegd op 10 juli 2021, https://www.historischnieuwsblad.nl/sleutelfiguur/jean-baudrillard/

Loep

Auteur: Mirte Dophemont

In het midden de grote toren, ik noem het de verrekijker, het grote dreigende gebouw dat alles lijkt te zien. Ik weet niet wie er naar me kijkt, maar altijd voel ik ogen in mijn rug prikken. Alsof er een loep staat op alles wat ik doe. Een keurende blik die ziet hoe ik naar de hoek van de kamer loop, mijn handen was, een flesje water pak en op mijn stoel ga zitten. Die me bekijkt op elk gedeelte van de dag, terwijl ik hier zit in mijn cel. Vanbinnen kan ik niet zien wie er van buiten naar me kijkt, wie er in de toren zit. De gedachte dat er ieder moment iemand kan zitten maakt me zo verschrikkelijk bewust van mezelf. Het maakt me vergeten hoe ik me zou gedragen zonder de verrekijker op mij gericht.

Dat was de ideale gevangenis volgens Jeremy Bentham, het Panopticum, letterlijk betekent dat alziend. Jeremy Bentham zag het voor zich als een koepelvormige gevangenis met cellen naast en boven elkaar en in het midden een grote toren. Voor iemand in zo’n cel is het onmogelijk om te zien of iemand hem via de toren in de gaten houdt. Er hoeft niet daadwerkelijk iemand te zitten. Het idee dat de gevangene elk moment bekeken kan worden zou er al voor zorgen dat hij zich goed gedraagt. Zo kost het bewaken weinig moeite, maar is er toch een optimaal effect.

Michel Foucault past de theorie van Bentham toe op de moderne samenleving. In Nederland hangen meer dan tweehonderdduizend camera’s in de publieke ruimte. Op de hoek van de straat, bij de ingang van een gebouw of bij de voordeur van iemands huis. Ongezien kun je bekeken worden. Natuurlijk is er niet altijd iemand die naar de beelden aan het kijken is, maar de mogelijkheid is er wel. Een grote toren met geblindeerde ramen is er niet voor nodig, een kleine onopvallende lens is al genoeg. De ´toren` een stuk kleiner, maar het aantal gevangenen een stuk groter. Zo betrekt Michel Foucault het Panopticum op de gehele samenleving.

Heb je ooit al eens gedacht hoe het zou zijn om s’ avonds in te breken in een zwembad? Over het grasveld te rennen en een duik te nemen in het frisse water. Wat als je alles zou kunnen doen zonder dat er iemand is die het controleert. Bij winkels naar buiten lopen zonder te betalen. Te snel rijden en niets dat je in de weg staat. Stel dat onze toezichthoudende hulpjes niet zouden bestaan. Dan zouden alle criminelen makkelijk los op straat kunnen lopen, terwijl hun gezicht niet gezocht wordt. Wat een chaos zou het zijn. Gelukkig hebben we bewakingscamera’s om de bevolking een beetje in toom te houden. Als je weet dat je op beeld staat gedraag je je immers voorbeeldiger dan normaal. Maar hoe normaal is het om continu gadegeslagen te kunnen worden? Het is inderdaad een stuk veiliger, maar tegelijkertijd wordt je vrijheid steeds verder vernauwd.

Bronnen:

https://hetccv.nl/onderwerpen/cameratoezicht/documenten/hoeveel-cameras-hangen-er-in-nederland/#:~:text=In%20Nederland%20zijn%20er%20zeker%20204.441%20camera%27s%20in,het%20openbaar%20vervoer%20en%20door%20bedrijven%20en%20particulieren.

https://mens-en-samenleving.infonu.nl/filosofie/124997-leven-in-een-panopticum.html

Scheve rechten

Auteur: Mirte Dophemont

Bijna overal waar je kijkt kun je wel ongelijkheden ontdekken. De wereld zit er vol mee, maar er komt wel steeds meer aandacht voor. Een voorbeeld hiervan is Internationale vrouwendag, die sinds 1912 wordt gevierd in Nederland. Een dag om wereldwijd aandacht te besteden aan de positie van vrouwen en te zorgen voor gelijke kansen. Wat is het idee achter deze dag waarbij we aandacht hebben voor ongeveer de helft van de wereldbevolking?

Invloed met impact, was het thema van Internationale vrouwendag dit jaar gevierd op 8 maart 2021. De dag is ontstaan om te vieren dat vrouwen voor hun rechten opkwamen, zoals kiesrecht en om aandacht te krijgen voor de nog steeds bestaande ongelijkheid tussen man en vrouw. Tegen vrouwengeweld, achterstelling en het niet kunnen bemachtigen van belangrijke functies van vrouwen. Nog steeds heeft een slechts kwart van de vrouwen een leidinggevende functie tegenover driekwart van de mannen. Vrouwen zijn eeuwenlang achtergesteld geweest en daar zien we nu nog steeds dingen van terug.  Er zijn genoeg redenen te noemen voor de viering van deze dag, maar vrouwen zijn niet de enige groep die achtergesteld is. Er zijn heel veel groepen te bedenken die tot op de dag van vandaag nog steeds worden gediscrimineerd. Worden zij niet nog meer achtergesteld doordat er geen speciale dag voor hen is? Aan de andere kant kun je zo bezig blijven, er is altijd wel iets of iemand waar dan niet aan gedacht wordt. Ongelijkheid zal blijven bestaan, maar we kunnen het wel proberen te verminderen.

´Je wordt niet als vrouw geboren, maar tot vrouw gemaakt.´ Simone de Beauvoir (1908-1986) was een invloedrijke feminist en filosoof. Door haar boek ´De tweede sekse´ uit 1949 werd ze een belangrijk gezicht van de moderne vrouwenbeweging. In dit boek bespreekt ze dat de vrouw is neergezet als het tweede geslacht, een extra soort naast de gewone mens. ´Ze denkt als een man`, zei haar vader, voor wie ze veel bewondering had. Best wel een apart compliment, als je bedenkt hoe Simone de Beauvoir liet zien dat mannen als uitgangspunt werden genomen in de samenleving. Ze zei dat vrouwen niet vrij waren en ze leefden volgens regels opgesteld door mannen. Ze werden gezien als een soort tweederangsburgers en werden daarom bijvoorbeeld niet meegenomen in het kiesrecht. De verschillen tussen man en vrouw zijn volgens haar niet aangeboren, maar ontstaan door de inrichting van de samenleving.

Ook in de taal zien we de scheve verdeling nog terug. De meeste mannelijke woorden worden langer gemaakt om ze vrouwelijk te maken. Bijvoorbeeld zanger en zangeres of vriend en vriendin. Zelfs in het woordenboek (prisma, 2016), waarvan je zou zeggen dat het redelijk neutraal is, zie je dat de man als uitgangspunt wordt genomen. Als je directeur opzoekt krijg je de gewone definitie, maar als je een eindje verderop kijkt naar directrice staat er: vrouwelijke directeur. Dat is niet het enige voorbeeld wat er te vinden is. Hierin kun je het punt van Simone de Beauvoir ook weer terugvinden, waarbij de vrouw als een extra categorie wordt gezien.

Het heeft dus zeker wel zin om te streven naar meer gelijkheid in de samenleving. Of het nou gaat om de ongelijkheid tussen man en vrouw of twee andere groepen. Helaas wordt het erg moeilijk om ongelijkheid helemaal uit te bannen. Er zullen altijd littekens van overblijven. Denk aan de basis van de taal, deze kun je moeilijk wegvegen zonder de hele boel overhoop te gooien. De oude structuur is er niet helemaal uit te filteren. Het belangrijkste is om niet stil te blijven staan bij de oneerlijke verschillen, maar vooruit te kijken en te zorgen voor verandering.

Bronnen:

https://www.rtlnieuws.nl/economie/life/artikel/4957271/global-gender-gap-index-world-economic-forum-ongelijkheid-mannen
https://www.femma.be/nl/blog/artikel/je-bent-niet-als-vrouw-geboren-je-wordt-tot-vrouw-gemaakt

Uitgeteld

Auteur: Mirte Dophemont

Het is alsof ze van de aardbol geveegd zijn. Waar ik ook kijk, nergens zie ik ze. Het lijkt of de wereld een stukje leger is geworden. Geen nummerborden op auto´s, geen huisnummers. Als ik mijn telefoon open zie ik niet hoeveel appjes ik heb, welke datum het is of hoe laat het is. Wanhopig loop ik een dierenwinkel binnen waar ergerlijk harde muziek draait. Ik loop naar het eerste beste schap en zoek de rekken af. Kattenbrokjes in de vormen van sterren en een kleurrijke hondenmand. Voor zover als ik kan probeer ik de muziek te negeren en te focussen op de producten. Ik doe een poging door alle indrukken heen te kijken in de hoop ergens iets vertrouwds te vinden. Er staan geen prijzen gegeven, ik pak de hondenmand en speur deze af op zoek naar een prijskaartje. Achter me loopt een medewerker langs. `Mevrouw, kunt u me vertellen hoe duur deze mand is?` Ze kijkt me vervreemd aan, fronst en loopt dan weer verder alsof ze me niet heeft gehoord, alsof ík gek ben.

Schoolresultaten, kijkcijfers, de tijd, de waarde van dingen en ook zelfs dieren, iemands leeftijd, schoenmaat, lengte en het welzijn van de samenleving. Probeer eens iets te bedenken waar geen getal aan te verbinden valt. Dat is bijna onmogelijk. Een samenleving beheerst door statistiek. Cijfers die bepalen waar je gaat eten, welke dingen je koopt en hoe je naar andere mensen kijkt. Ze geven ons houvast, het idee dat we weten tegen wie we praten en waar we aan toe zijn. Stiekem hebben ze een grotere rol in ons leven dan we durven toegeven en langzaamaan zijn ze onmisbaar geworden. Vertrouwen we meer op abstracte tekens dan op woorden?

Het welzijn van de inwoners van Nederland is googlebaar en uitgezocht door het CBS. Je kunt zo in een percentage aflezen hoe gelukkig mensen in een bepaald jaar waren. Vanaf 1997 is het percentage mensen dat aangeeft gelukkig te zijn nagenoeg gelijk gebleven, ergens tussen de 85 en 90 procent. Ik vraag me af hoe ze het onderzoek hebben kunnen uitvoeren. Hebben ze gewoon aan Nederlanders gevraagd: Bent u gelukkig op dit moment? Als een ja of nee vraag, een gesloten vraag. Zijn gevoelens uit te drukken in getallen? Kun je een vraag over iemands welzijn zo oppervlakkig formuleren? In dit geval lijken getallen mij niet zo veel te zeggen. Gevoel is een van de dingen die je beter uit kunt drukken in sprekende woorden dan in platte percentages.

Als we het overzicht verliezen hebben we de neiging alleen nog maar naar de cijfers te kijken. Deze zijn feitelijk en zorgen voor meer houvast. Waar komt de neiging vandaan om alles te meten? De Duitse filosoof Martin Heidegger had hier wel een antwoord op. Zijn theorie was dat dit voortkomt uit angst voor wat we niet kunnen snappen. Een vage toekomst geeft een beangstigend gevoel. Vroeger hadden mensen voor veel dingen geen verklaring en wezen ze daarvoor God aan. Op een gegeven moment kwamen er natuurwetten die nummers verbonden aan de natuur en daarmee konden dienen als een uitleg voor onverklaarbare verschijnselen. Mensen konden de wereld om hen heen beter begrijpen. Overschatten we de waarde van cijfers niet lichtelijk?

Om overzicht te houden hebben we getallen nodig. Ze maken dingen duidelijk en geven ons duidelijk aanwijsbare feiten. Wel moeten we ons ervan bewust zijn dat ze niet altijd de waarheid spreken. De cijfers liegen er niet om, is niet in iedere situatie een terechte uitdrukking. Ze kunnen een verkeerd beeld geven en de realiteit makkelijk verdraaien. Cijfers zijn vaak een aanvulling op woorden, die een net iets concreter beeld geven. Ze maken een plaatje af en tekenen de structuur, maar je moet ze niet uit de context halen. Dan houd je alleen nog maar een aantal richtingloze lijnen over. Laat de cijfers inzicht geven, maar de woorden spreken.

Bronnen:

https://longreads.cbs.nl/trends19/maatschappij/cijfers/welzijn/

Filosofie voor een weergaloos leven, Lammert Kamphuis, 2018

In gesprek met wethouder Roopram over deltaplan jeugd

De Jonge Denkers zijn donderdag 18 februari 2021 in gesprek gegaan met Reshma Roopram, de wethouder van Barendrecht. Zij is initiatiefnemer van het actiegericht deltaplan jeugd dat als visie heeft jongeren meer perspectief te bieden in deze crisistijd. De brandbrief met deze oproep is gisteren overhandigd aan staatssecretaris Paul Blokhuis.

Lees hier meer over op https://www.binnenlandsbestuur.nl/sociaal/nieuws/brandbrief-actiegericht-deltaplan-jeugd-keihard.15942005.lynkx

Bevroren letters

Zonder goede wegen geen post

Auteur: Mirte Dophemont

Haar rillende handen omklemmen de brief die ze in haar handen heeft. Met snelle stappen loopt ze over het pad. Als ze stevig doorstapt zal ze binnen een halfuur bij oma zijn. Zou het kwaad kunnen de brief eventjes te openen en te kijken wat er zo dringend was? Nee, haar moeder heeft haar duidelijk gevraagd dat niet te doen. Terwijl de kou haar muts binnendringt probeert ze te denken aan het warme kopje thee dat haar op zal staan te wachten bij oma.

Brieven bezorgen was een hele tijd geleden een normale zaak. Wilde je een boodschap overbrengen naar je oma een aantal kilometer verderop dan moest je deze afstand zelf zien te overbruggen. Tegenwoordig is dat heel anders, met een klikje kun je een uitspraak versturen die 2 seconden later kilometers verder een schermpje  laat oplichten. Daardoor zijn niet alleen goedbedoelde berichtjes makkelijk af te leveren, ook de stap om een hatelijke reactie te versturen is opeens een stuk minder groot.

Als je acht kilometer zou moeten overbruggen terwijl het buiten ijzig koud is en de wind je tegenwerkt, zou je dan al die moeite doen om een gemene boodschap over te brengen? In sommige gevallen is het jammer dat het nu veel simpeler gaat. Een tikje op je telefoon en weg is je brief. Dat het zoveel makkelijker is zorgt er natuurlijk voor dat er veel meer interactie is over de gehele wereld. Een netwerk gevormd van filmpjes, foto’s en reacties en de mogelijkheid om moeiteloos vanuit Nederland een boodschap naar Australië te versturen. Het begrip ´belangrijk´ heeft in die zin een heel andere betekenis gekregen, omdat er meer mogelijk is. Veel mensen willen namelijk het gevoel hebben gehoord te worden en een eigen mening neerzetten. Dit is ook iets waardevols, maar het verspreiden van je persoonlijke ideeën is niet grenzeloos.

Het recht op een eigen mening geldt in Nederland voor iedereen. Iedereen heeft een stem gekregen en wil deze maar al te graag laten horen. Helaas pakt deze vrijheid niet altijd goed uit. Onder ieder filmpje kan iemand zijn beledigingen leggen. Elke gedachte die je op een bepaald moment over iets hebt kun je zo eruit gooien en onuitwisbaar op internet laten staan. Een bevroren uitspraak erbij geplakt aan het grote netwerk. De meeste mensen laten als ze iets tegen iemand zeggen hun woorden eerst door een filter gaan. Beledig ik de persoon er niet mee? Is de uitspraak gepast en wat voor gevolgen heeft een uitspraak? Deze dingen neem je onbewust vaak mee voordat je iets zegt. Is dit filter dunner op het moment dat je een uitspraak anoniem kunt doen vanaf je bank, veilig verscholen achter een schermpje? Wanneer gaat het uiten van een mening te ver?

De discussie over vrijheid van meningsuiting gaat ver terug. De filosoof Spinoza uit 1632 vond het uiten van een mening te ver gaan als ze de vrijheid van anderen inperken. Ook mogen uitspraken niet aansporen tot handelen en acties van geweld. John Stuart Mill stond er iets anders in. De Britse filosoof zag het verkondigen van je mening als iets essentieels in de samenleving, niet alleen voor jezelf, maar ook voor anderen. Door meningen van anderen te horen kun je beter een eigen mening vormen en misschien van gedachten veranderen. Volgens Mill is er maar één grens die er getrokken moet worden: je uitingen mogen geen anderen in gevaar brengen. Doodsbedreigingen gaan volgens hem dus te ver, maar andere dingen niet. Een absurde reactie van iemand kan jou juist laten inzien waarom je gelijk hebt. Vrijheid van meningsuiting helpt om de waarheid te vinden. Door af te strepen wat absurde ideeën zijn van anderen ben je in staat je eigen mening beter te formuleren.

Niet alleen data maar ook mensen reizen massaal over de wereld waarbij ze van alles met elkaar uitwisselen, waaronder levensgevaarlijke virussen die een leven in een klap grandioos kunnen veranderen. Onderschatten we de virussen niet die iedere dag het schermpje van miljoenen kinderen overspoelen? Daarmee bedoel ik niet de schade die een computervirus in een bestand aan kan brengen. Juist de virussen die zich nestelen in hoofden van kinderen en schade aanbrengen in de vorm van gekwetste gevoelens. De haat en discriminatie waar zij dagelijks aan blootgesteld worden zonder dat er een goede een controle op zit.

Er zitten naast positieve kanten dus ook veel gevaren aan het plaatsen van reacties op sociale media. Het verspreiden van je eigen vrije mening is soms iets te makkelijk. Hoe moeten we dit tegengaan en is dit wel mogelijk? Is het laten verwijderen van deze reacties door mediabedrijven genoeg? De vraag is dan wie er bepaalt of een reactie passend is of echt niet door de bocht kan. Daarnaast is het een onmogelijke opgave om al deze reacties te verwijderen en te onderscheiden. Ook is de grootste schade meestal al aangericht na het plaatsen van een hatelijke reactie. Om deze achteraf weg te halen maakt de uitspraak niet ongedaan. Je kunt het moeilijk van het netvlies laten wissen. De discussie over de vrijheid van meningsuiting is lang geleden begonnen en zal met alle nieuwe ontwikkelingen nog lang niet over zijn.

Bronnen:

https://www.quest.nl/maatschappij/politiek/a28888027/vrijheid-van-meningsuiting-wanneer-te-ver/
https://www.universiteitleiden.nl/onderzoek/onderzoeksprojecten/rechtsgeleerdheid/vrijheid-van-meningsuiting-op-%E2%80%98social-media%E2%80%99

Online school en meer corona gruwelen

door Marah van Andel, 15 mei 2020

‘Wat een gekke tijd is dit toch, vind je niet?’

‘Vermaak je je nog een beetje in quarantaine? Hoe doen jullie dat nu met school?’

’S ochtends sta ik om zeven uur op, als een normale schoolweek. Ik ga drie kwartier rennen, om toe te komen aan mijn beweging. Ik kom thuis, ga douchen en ontbijten. Dan ga ik naar school. Ik neem mijn ontbijt mee, als ik nog maar weinig tijd heb. Ik loop naar boven, de trap op. Mijn kamer in. Ik ga op het enige punt in mijn kamer zitten waar ik wifi heb, en zet mijn laptop aan. “Goedemorgen, iedereen!” De les begint.

Hoe wij dat nu met school doen, is online. Vijf of zes uur lang, bijna iedere dag. Achter een beeldscherm, alleen. Dat vergt zijn tol. Technologie wordt steeds meer gebruikt, en nu tijdens Corona is het uiteraard een magnifieke uitkomst wat betreft het bijhouden van school. Je ziet je leraren op een dagelijkse basis door een cameraatje heen, maar het enige dat je doet is luisteren en kijken. Luisteren, aantekeningen maken en kijken. Ik vraag mij dan ook elke dag opnieuw af: Is dit allemaal wel zo goed? We kunnen niet echt anders, maar kunnen we echt niet anders? Wat voor effect heeft deze situatie op ons? Waar stevent de mensheid op af als we gewend raken aan deze manier van leven?

Waar ik eerst ronddartelde door de schoolgangen, toekwam aan mijn dagelijkse portie slechte grappen en knuffels, heb ik nu niks. Aan de ene kant is dit online lessen natuurlijk een fantastische uitkomst, maar we raken afgestompt. We hebben als mensen- en vooral als pubers- meer nodig dan alleen maar een scherm. Is dit dan de toekomst waar we naar we naar op weg zijn? Ik ben vaak bang dat wij -de tieners van nu en de volwassenen van morgen-  zullen moeten gaan leven in een wereld waar alles via technologie gecommuniceerd en gebruikt gaat worden. Dat dat normaal gaat worden. Want we horen wel constant de leus: We moeten niet terug naar normaal, normaal was juist het probleem. Maar wat is dan dat nieuwe normaal? Is het nieuwe normaal een maatschappij waarin we niet meer weten hoe we gezellig doen met vrienden? Een maatschappij met vierkante ogen? Straks worden al die sciencefiction films en boeken waarheid, en worden we lege mensen. En dat is dan onze toekomst. Na een hele dag online school kan ik niet meer denken. Ik word vaag, langzaam. Ik zie niet meer scherp en ik voel weinig. Dit afgestompte gevoel komt voort uit de non-stimulatie die ik haal uit de hele dag achter een apparaat te zitten. Alles voelt zwaar. Vermoeid.

Het ergste vind ik dat ik hierdoor de mooie dingen in het leven niet meer kan zien. Ook dat zien we ironisch genoeg vaak terugkomen in de media. Zie de kleine dingen in het leven, trek je los van je scherm. De lente is aan me voorbij gegaan, omdat ik zo ontzettend moe ben de hele tijd. Mijn prioriteiten gaan omlaag, wanneer ik een uurtje wandel ben ik al trots op mezelf. Ik heb tenminste bewogen! Maar lichamelijke behoeften bevredigen is niet genoeg. We zijn mensen, we hebben creativiteit en mooie dingen nodig.

Dus wat blijft er dan over, wanneer ik zeg dat ik geen online lessen meer wil volgen? Wanneer ik zeg dat ik weiger om mijn leven lang achter een scherm gekluisterd te zitten? Hoe het dan wel zou moeten weet ik eerlijk gezegd ook niet. Ik weet alleen dat ik hoop dat deze manier van leven echt alleen zo blijft tijdens de coronacrisis.

Het is een rare tijd. Ook voor ons.

De nieuwe Jonge Denkers over de waarde van waarheid

Wat is waarheid nog waard? Wat betekent het als relativisme zijn intrede doet in maatschappelijke debatten? Kunnen we nog waarde hechten aan de wetenschap in een tijdperk van post-truth?

De zeven nieuwe Jonge Denkers des Vaderlands trachtten dinsdagavond 3 december tijdens hun huldiging antwoord te geven op deze filosofische vragen. De artikelen waarmee ze de wedstrijd wonnen droegen ze voor in de Rode Hoed. Dit zijn de zeven winnaars: Marah van Andel (OSG West-Friesland, Hoorn), Paul Zevenbergen (Emmauscollege, Rotterdam), Jan Peter van Irsel (Augustinianum Eindhoven), Joep Huisman (Stedelijk Gymnasium Nijmegen), , Gregor Hofstede (Gymnasium Novum, Voorburg) Eva Dekkers (Gemeentelijk Gymnasium Hilversum), Ruben van der Marel (Gymnasium Haganum). (v.l.n.r.)

Ze zijn geselecteerd uit een grote reeks inzendingen door filosofieleerlingen (VO) uit heel Nederland. De vakjury, bestaande uit Anna Krans (Lemniscaat), Florian Jacobs (ISVW), Harm Tiggelaar (VFVO), Lianne Tijhaar (Stichting Maand van de Filosofie), beoordeelde dit jaar zowel artikelen als pitches over het thema ‘wat is waarheid (nog) waard?’.

Een waardevolle discussie

Als symbolisch moment opende de avond in de Rode Hoed met een woordje van Denker des Vaderlands Daan Roovers. Alsof het haar kroost is, spoorde ze de nieuwe Denkers aan zoveel mogelijk van zich te laten horen en zien, al dan niet met haar.

Voordat de Jonge Denkers officieel gehuldigd werden, voelden de juryleden ze nog kritisch aan de tand. Is er überhaupt een zinnige discussie mogelijk als we geen gedeeld begrip van waarheid hebben? De definities van waarheid vlogen om de oren: correspondentie, coherentie, pragmatisme. Dat laatste lijkt tegenwoordig gezaghebbend, maar ook gevaarlijk. In het klimaatdebat wordt vaak meer waarde gehecht aan wat iemand overtuigt dan of de uitspraak wetenschappelijk is. Moeten we klimaatsceptici negeren als hun uitspraken niet op wetenschappelijk onderzoek zijn gebaseerd? De Jonge Denkers wisten deze vraag niet eenduidig te beantwoorden. Hun denken zal zich voortzetten.

Jurylid Lianne Tijhaar ondervraagt Jonge Denker Ruben

De zeven Jonge Denkers zullen aankomend jaar volop deelnemen aan het filosofisch en maatschappelijk debat. U kunt publicaties – waaronder in iFilosofie van ISVW – verwachten, als ook optredens op filosofische festivals. Heeft u hiervoor suggesties, of wilt u een Jonge Denker interviewen? Mail dan naar info@dejongedenkers.org.

Gekken wijzen ons de weg

Auteur: Jonge Denker Puck de Beer

Mensen die we niet snappen, die anders leven of redeneren, noemen we al snel gek of waanzinnig. Maar we moeten hun originele kijk op zaken juist koesteren. Waanzinnigen durven over grenzen te stappen, die wij niet over durven.

Meer dan vierhonderd jaar geleden publiceerde Galileo Galilei een schokkend inzicht: niet de aarde is het middelpunt van het heelal, maar de zon. Een enkeling keek vol ontzag tegen hem op, maar de meeste mensen veroordeelden Galilei voor ketterij. Ongehuwd samenwonend, ingaand tegen de opvattingen van zijn tijd en altijd onderzoekend: Galileo was een man met vele kanten. Hij was belangrijk voor de wetenschap en onze huidige kijk op de wereld. In zijn tijd werd hij echter voor gek verklaard. Galileo Galilei was in de zeventiende eeuw het schoolvoorbeeld van een waanzinnige.

Het woord ‘waanzin’ heeft altijd al een nare nasmaak gehad. Wanhopig zoeken we naar de beste manier om iedereen toch maar te accepteren en de waanzinnige mens zich normaal te laten voelen. Artikelen, onderzoeken, festivals; niks mag ontbreken. Waanzin moet het nieuwe normaal worden. Zolang we echter de waanzin behandelen als iets waarmee we wat moeten doen, waar we voor moeten oppassen of wat we moeten nastreven, laten we de waanzin niet gewoon waanzin zijn. Terwijl juist in die natuurlijke waanzin zo’n grote kracht ligt.

Maar laten we eerst vaststellen wat waanzin en niet-waanzin (ofwel normaal) eigenlijk is. De betekenis van deze begrippen is sterk tijdgebonden en daardoor lastig te beschrijven. Waanzin is datgene wat de maatschappij betitelt als ‘waanzin’. En voor ‘normaal’ werkt dat net zo. Waanzin en normaal worden gedefinieerd door de manier waarop wij ernaar kijken en de manier waarop wij die woorden gebruiken. In andere, hopelijk beter te begrijpen, termen: waanzinnigen zijn de mensen die buiten de boot vallen, de mensen die ons tegen de haren instrijken en de mensen die altijd met de ideeën komen waar we eerst een goed poosje aan moeten wennen. Normale mensen zijn mensen die we sneller snappen, de mensen met wie we altijd kunnen praten zonder dramatische miscommunicatie en de mensen die ons in enige mate logisch lijken.

We hebben ze allemaal nodig, de waanzinnige én de normale mensen, in alle gradaties, om als maatschappij goed te kunnen functioneren. Zo niet, dan had één van de groepen nu niet bestaan.

Hoewel we waanzin vaak zien als iets wat niet goed is, zit er een grote kracht in waanzin. Deze kracht is de andere blik op het leven, de manier waarop het de status quo in twijfel trekt. Het is een kracht dat de waanzinnige mens op een andere manier een stap in het denken en in de praktijk durft te zetten. De kracht van de waanzinnige mens is dat hij niet binnen de maatschappij past en zo de maatschappij relatief objectief kan bekijken en bekritiseren.

Galileo Galilei was zo’n waanzinnig mens, zo’n buitenbeentje. Hij leefde absoluut niet volgens de status quo en deed de grootste revolutionaire ontdekkingen. Hij had ideeën waarvoor hij met de nek werd aangekeken, maar bleef toch meer en meer publiceren. Galilei heeft in zijn waanzin de wereld verandert en dat ten goede.

Waanzinnigheid heeft op die manier een enorme kracht om de wereld te veranderen en te verbeteren. Maar de normale mensen zijn effectief bezig om de waanzinnige mensen de wereld uit te helpen. Iedereen moet er immers bij horen, iedereen moet erbij passen en het is natuurlijk absoluut niet oké als er mensen buiten de boot vallen. Door die gelijkheid af te dwingen, ontzeggen we de waanzinnige mens de kans om vanuit zijn unieke plaats de wereld te waarderen en te veranderen. Zonder de unieke plaats waar ze horen, kunnen waanzinnigen niet laten zien hoe uniek hun denken en doen eigenlijk is. Zonder die unieke plek zal de waanzinnige zich alleen maar misplaatst voelen op zijn plekje binnen de boot.

Dat de waanzinnige mens niet gelijk is aan degenen die we tot de normale mensen rekenen, betekent natuurlijk niet dat de waanzinnige mens beter of slechter behandeld moet worden. Iedereen verdient een eerlijke, rechtvaardige en respectvolle behandeling. Eenieder is dan ook gelijkwaardig. In de praktijk betekent dit dat het ongelijk-zijn van de waanzinnige en de normale mens niet moet leiden tot het kielhalen van de een, of in het geval van Galileo: het opleggen van een jarenlang huisarrest. Onze maatschappij heeft zich gelukkig ontwikkeld sinds de zeventiende eeuw en we kunnen, of zouden dit moeten kunnen, elkaar ondanks verschillen met respect, liefde en begrip behandelen. Zelfs als we het absoluut niet met elkaar eens zijn. Tegelijkertijd moeten we ook genoeg begrip leren opbrengen voor de waanzinnige mens, en de waanzinnige mens voor de normale mens, om de ander net zo waanzinnig of normaal te laten zijn als hij is.

Gelukkig kunnen we de groei die we als maatschappij hebben doorgemaakt in dit terrein al zien. Zo was Steve Jobs een echt waanzinnig mens en een revolutionair, net zoals Galileo Galilei dat ook ooit is geweest. Jobs leefde zoals hij wilde, maakte zijn middelbare school niet af, zette een bedrijf op dat enorme successen behaalde en bleef enorm betrokken bij alle besluiten die er gemaakt moesten worden. Steve Jobs was zoals hij was, liet zich niet veranderen en had met zijn ideeën een enorme impact op de wereld. Anders dan Galileo accepteerde de maatschappij Jobs volledig, zonder hem ook maar een seconde te willen veranderen. Daardoor kon Steve Jobs een waanzinnig mens blijven en een daardoor succesvol.

Enkele van de meest impactvolle mensen in de geschiedenis van de wereld waren mensen die buiten de boot vielen en als waanzinnig werden betiteld. Toch hield dat hen niet tegen om de maatschappij te vormen met hun ontdekkingen. Steve Jobs deed de inmiddels beroemde uitspraak bijna twintig jaar geleden: ‘The people who are crazy enough to think they can change the world, are the ones who do.’ Gewoon omdat de waanzinnige mens over de normen en gewoonten heen kan stappen en zich in de nieuwe mogelijkheden stort. Losgelaten waanzin zou nog wel eens de grootste kracht van de mensheid kunnen zijn.

Dit artikel is gepubliceerd op Filosofie.nl, Filosofie Magazine, en is geschreven naar aanloop van het Waanzin Festival 2019.

https://www.filosofie.nl/nl/artikel/51301/jonge-denkers-gekken-wijzen-ons-de-weg.html